Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee schoten klonken slechts met één en- i kelen forschen knal,' en de woestaards der wildernis ploften met een zwaren slag tegen den grond. Spïfë

Zonder zich den tijd te gunnen om elkaar geluk te wenschen, spoedde zich het tweetal naar den geredde.

Met zijn navaja sneed de Texasser de boeien los waarmee de Seminol was gebonden. ' Hij was een bewonderenswaardig type van Indiaansche schoonheid. Van middelbare gestalte, -slank en lenig, droeg alles aan hem het kenmerk van vlugheid en snelle beweging.

Onbewegelijk bleef hij in waardige houding staan vóór de Europeanen, met de rechterhand op de borst, als teeken van erkentelijkheid.

Zeg eens, mijn waarde, begon Scipio, je

komt wel van heel ver hè? Maar zich

aanstonds herinnerend, dat een Roodhuid moeilijk op dergelijken gemeenzamen toon antwoord kan geven, verbeterde hij zich met te zeggen:

Senor Indiaan, u zijt geréd!

Vuurhart zal de vriend zijn van Bleekgezicht, die een krijger voor zijn stam heeft behouden.

Seminol niet waar?

Mijn broeder heeft het gezegd, antwoordde de jonge chef met zekeren trots.

Dat zal waar zijn, hernam Massilia met magnifiek aplomp. Men verwart maar zoo geen nobelen Seminol met die Comanche honden. Maar ik begrijp niet hoe het schorem van de prairie een opperhoofd dat flamingo veeren draagt, kan overwinnen.

Massilia had Qustave Aimard gelezen en dacht met Indiaansche rhetoriek te spreken.

Met verbazing zag de Seminol hem een oogenblik aan, en zei zachtjes:

De blanke krijger doorloopt wel voor het eerst de prairie?

Het opperhoofd heeft het gezegd. En aangezien Seminol Indianen gastvrij zijn, zult ge me wel den weg willen wijzen.

Vuurhart zou zijn vriend zelf tot gids willen dienen, als zijn plicht hem niet naar zijn wigwam riep. Waarheen gaat Bleekgezicht?

Deze vraag op den man af, beantwoordde Scipio achteloos met een:

Ik weet het waarlijk niet!

Maar de uitwerking bespeurende van dit antwoord op zijn hoorder, liet hij terstond erop volgen:

Ja, ik zoek kameraden, van wie men mij met geweld heeft gescheiden— en ik dacht zoo, dat ge misschien wel van hen hebt hooren spreken.

Wie zijn die broeders?

De Maagd van Mexico met haar geleide.

De Seminol hief het hoofd op.

Mijn broeder is dus geen krijger van het Noorden?

Neen, mijn waarde, sappristie neen!

Hij verleent de kracht van zijnen arm aan

den ontwapenden Indiaan. Zijn hart is dus loyaal en het verraad schuilt niet in zijn hoofd.

Zeg eens, mijn waarde Roodhuid, je redeneert als een godspraak. Ik zal je maar zeggen, dat de Mestiza op het congres der Zuidelijken te Mexico mij tot haren Kampioen heeft uitverkoren, en dat ik de Yankees die me gevangen hadden genomen, schuw als de pest

Dan zal ik mijn vriend Bleekgezicht zeggen: Daal af naar het Zuiden. Op ongeveer vier dagreizen te paard (200 kilometers), te midden van een rotsachtige bergketen, zult ge een meer aantreffen van zwart water, dat is Apua Negra. Zij, die gij zoekt, hebben zich daar verscholen, om te ontsnappen aan de rooverij van Apachen, Comanchen en aan ■de grijze soldaten of militie der Noordelijke-^ Unie.

Met warmte drukte Scipio de handen van den Seminol, die zich dit met onverstoorbaar flegma liet welgevallen.

De Indiaan strekte de hand uit naar de lijken der Comanchen:

Een opperhoofd mag zijn dorp niet ongewapend binnentreden, ik zal hun karabijnen en overige wapenen prijs verklaren.

Je doe maar, vriend, zei -Scipio En

hun scalpen tegelükertijd, want bij jullie hechten ze veel aan zulk een haardos.

De scalpen zijn alleen het eigendom van een overwinnaar, zei Vuurhart.

Eén oogenblik zagen de reizigers den Indiaan zich voorover buigen op de lichamen der verslagenen, vervolgens' tot hen terugkeeren met de karabijnen der Comanchen, terwijl hij de scalpen der dooden in zijne linkerhand droeg.

Hè, zeü Scipio,v je hebt ze toch genomen.

Om ze mijn vriend te schenken, wiens woning ze zullen sieren, wiens dapperheid ze verkondigen.

Een oogenblik aarzelde de Marseillaan. Hij was op het punt, dit vreemde geschenk te weigeren, maar een teeken van Marius gaf hem te kennen, dat hij den Roodhuid een doodelijke beleediging zou aandoen met te weigeren, en hij hechtte de bloedende voorwerpen aan zijn ceintuur.

Toen legde de Indiaan hem de hand op den schouder en sprak:

Waar ook ge in de Llano u moogt bevinden, welk gevaar u dreige, zeg: Ik ben de broeder van Vuurhart, opperhoofd van het dorp Wheeler, en men zal u laten door-

2aan- . eJ *t/k

Ik dank u, opperhoofd maar wij komen juist van dat dorp. Gij kunt mij dus zeggen, waarom het door zijn bewoners is verlaten.

U kan ik hierop een antwoord geven, omdat ge u aan dien dienst hebt gewijd der Mexicaansche Maagd. De Apachen en Comanchen, door de grijze soldaten van Texas ' opgeruid, hebben gezworen haar te vermoorden. De Semmolen zijn in raad bijeen-

Sluiten