Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikte, —waar hij het oude opperhoofd', het Zwarte Paard, en diens zoon Vuurhart aantrof.

Op het vernemen van de tijding, dat de Mestiza in het Zwarte Dal was ingesloten, gaven de Seminolen onder vervaarlijk getier aan hun verontwaardiging lucht. Zij, de oude bondgenooten der Azteken, de erfvijanden der Comanchen en Apachen, zouden haar, die de traditie hoog hield der Incas, niet in verlegenheid laten. Aanstonds werden koeriers in alle richtingen langs de Canadeesche rivier uitgezonden. Een plaats van samenkomst werd voor de opperhoofden bepaald. De geheele stam zou beraadslagen over hetgeen te doen stond. Krijgers, vrouwen en kinderen hadden het dorp verlaten en waren' naar het punt van samenkomst getogen.

Met Vuurhart was Francis Gairon meegetrokken. En onder de verlaten hutten was het Zwarte Paard alleen achtergebleven, rillende van koorts, en 'geen 'kracht meer gevoelend om den tocht te ondernemen'.

Ga, had hij tot zijn zoon gezegd, ga

Wakker den toorn der onzen aan tegen de

vijanden der Mestiza Zie, dat ge haar

eerst redt— Vervolgens keert ge terug, om den lijkzang te zingen voor het oude opperhoofd, dat opgeroepen wordt door den Grooten Geest.

En Vuurhart had gehoorzaamd. Bij de Roode rotsen, in de blakerende zon, werd de vergadering gehouden. Meer dan twintigduizend Indianen waren in een soort van circus, door de natuur gevormd, saamgedrongen. Kort waren de beraadslagingen. Nadat Francis, tot spreken uitgenoodigd, den toestand had geschetst, verhief zich'de eenparige kreet:

De Maagd Inca-Aztek 'moet worden ontzet!

En staande de vergadering werd Vuurhart afgevaardigd naar het kamp der roovers van de Prairie. Hij zou den belegeraars het volgende zeggen:

Maanden heeft de strijdbijl bij de Seminolen gerust. Niet, dat zij den oorlog vreezen, wamt hun stammen zijn op het oogenblik het talrijkst, het best gewapend. Maar de Seminolen hebben de weldaden ingezien der beschaving en van den vredte. Zij bezitten de meest moderne vuurwapenen; hun zonen ontvangen onderricht van de Bleekgezichten; werkplaatsen en hoeven vindt men op de dorre oppervlakte der prairie. Welnu, de Seminolen verlangen vrijen doortocht voor de Maagd van bet Zuiden. Trekt dus terug, zoo de broeders van Nieuw-Mexico, van Arizona of Texas, zoo de vriendschap der Seminolen u lief is zoo ge de rampen wenscht te ontgaan van een strijd op leven en dood!

Zonder eenige aarzeling had de jonge Indiaan deze zending op zich genomen. Zijn vader lag eenzaam stervend in hun verlaten dorp. Maar de eer van zijn stam ging bovenal Dienzelfden avond galoppeerde hij met Francis Gairon naar het Zwarte Dal.

Vier dagen later gingen beide mannen in

het gezicht der basaltrotsen huns weegs. De jager zou trachten zich weer bij zijn metgezellen te vervoegen, om bun bericht te geven van hetgeen op komst was. Vuurhart begaf zich naar de vijanden zijner natie, in de eene hand vrede, im de andere den oorlog dragend.

IV.

SLAVERNIJ OF DE DOOD?.... LIEVER DE DOOD.

Binnen veertien dagen zullen de Bleekgezichten onze krijgsgevangenen zijn.

En de zonen van Washington zullen ons vuurwater schenken, wij zullen ver-schietende geweren en patronen krijgen en kleedingstoffen.

Deze gedachtenwisseling had plaats tusschen twee Indianen, op den vloer gezeten der 'tent van den Rooden Gier, het Comanche opperhoofd, met wien Francis Gairon tijdens het beleg had onderhandeld.

De Comanche was een dor, mager man, met spieren als touwwerk, zijn schedel gedekt met een scalp, in dep vorm van een helm, waar zilveren draden tusschen de zwarte doorliepen.

Zijn medespreker, een Apache, vormde met dezen een zonderling contrast. Hij was van massieve, rijzige gestalte, met een gelaat door roode strepen als voren doorgroefd, wat bij zijn stam den marsch aanduidde op het oorlogspad, de Bison of woudbuffel genaamd — een bijnaam, dien hij droeg wegens zijn buitengewone lichaamskracht, wat zijn uiterlijk dan ook wel te kennen gaf.

Maar het was bedriegelijke schijn. Listig en geslepen was deze Apache, en hij bewees het op dit oogenblik, want hij drong zich in het vertrouwen van den Rooden Gier door behendige vleitaal, ten einde van dezen een grooter aandeel te verkrijgen in de geschenken, welke de Amerikanen voor de uitlevering van Dolora Pacheco hadden beloofd.

Niemand dan de Roode Gier kan dergelijke onderneming tot een goed einde 'brengen, ging de Bison voort, niemand zal zijn pogen met zulk een goeden uitslag bekroond zien, waarbij tevens zooveel bloed van de zonen der Prairie wordt gespaard.

Hoedanig ook het flegma ware, dat de Roode Gier aan den dag legde, hij was gevoelig voor de lofspraak, doch verborg dit onder een schijn van bescheidenheid. Hij wilde hierop een antwoord geven, toen een jeugdig Indiaan van ongeveer zeventien jaar voor de tent verscheen.

Waarom stoort de Panterkat de opperhoofden? vraagde de Comanche op wreveligen toon.

Een afgezant der Seminolen vraagt gehoor. Der Seminolen? herhaalden beide Indianen met eenige huivering. En daarop: Is het een jager? Neen, een vermaard opperhoofd. Zijn naam?

Sluiten