Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn ooren bereikt. Spreek verder, mijn zoon, zeg uw volkomen meening. Wees de geneesmeester van mijtrTjegrip.

Vuurhart glimlachte op zijne beurt. Hij gevoelde, dat zijne onderhandeling een goeden uitslag kon ten gevolge hebben.

Mijn vader heeft dus zijn geheele wijsheid weergevonden. Den Qrooten Geest zij dank! riep Vuurhart. Wat is mijn vader thans voornemens te doen?

Wij zullen morgenochtend het kamp opbreken. Mijn zoo dient voor heden uit te rusten. Hij bevindt zich onder vrienden en is hier meester als te midden van zijn stam.

Ik zal de eerste halteplaats met mijn vader afleggen, en vervolgens tot de mijnen terugfceeren. Ik zal hun zeggen: Verheugt u met mij, de Roode Gier heeft de listen en lagen verijdeld der geesten van den nacht.

Het onderhoud was hiermede afgeloopen. De sprekers raakten eikaars handen aan. De Panterkat werd geroepen en geleidde den Seminool naar eene tent waar deze terstond hi dienen slaap viel.

Hij zou de rust niet gevonden hebben, zoo hij het gesprek had' kunnen vermoeden, dat op ditzelfde oogenblik plaats greep tusschen de mannen met wie hij een onderhoud had gevoerd.

Na zijn vertrek had een diep stilzwijgen geheerscht in de tent van den Rooden Gier. Eindelijk begon deze:

Ochsl de Seminolen zijn groote krijgers.

Onweerstaanbaar in het gevecht, had de Bison geantwoord.

Onoverwinlijk in de raadsvergadering.

Ze zijn velen in aantal.

Ze bezitten de krijgstucht der Bleekgezichten.

De Apache-Indiaan fluisterde: De boschwolf is zwakker dan de jaguarpuma.

Zoo heeft de Groote Geest het gewild.

Maar de 'boschwolf heeft toch ook zijn aandeel in den buit van den leeuw.

Dat is zoo, Bison, alle woudloopers en prairiezwervers weten dit.

Bn weten ze ook waarom?

Neen. É&*'Ê f Dan zal ik het u zeggen. De boschwolf is listig. Hij is niet krachtig genoeg om groote dieren aan te vallen, hij volgt den puma, die sterk is. Als deze verzadigd is en zijn prooi laait liggen, komt de boschwolf aansnellen en vindt nog ruim voedsel. Zoo jaagt dus de puma of jaguar voor den wolf en is de puma de dienaar van den 'kleinen wolf der prairie.

De Roode Gier glimlachte even: Uw woorden hebben' waarheid in, maar de Seminoolsche puma verbiedt hier te jagen.

Dat is zoo. Maar hadden we gisteren het bivak der Bleekgezicbten opgelicht, zou de verdediging, de hulp der Seminolen te laat zijn gekomen, en hadden we ook geen schuld gehad, als we het verlangen der groote natie niet kenden.

Wat wil je daarmee zeggen, Bison?

Dat wij wel weten op welken dag wij het bevel van de Seminolen hebben ontvangen, maar dat deze ervan onkundig zijn.

Maar ze komen het door hun boodschapper te weten.

Als die hun bereikt, ja.

O, maar ge wiit hem toch in mijn kamp niet dooden?

Neen, neen, hij is uw gast en daarom onschendbaar., maar als hij het bivak heeft verlaten, zal hij aan alle gevaren der wildernis zijn blootgesteld en dan.. wie

weet? er zijn ook wel gelukkige toevallen voor Apachen en Comanchen.

Plotseling klopte de Bison den Rooden Gier op den schouder:

Een groot opperhoofd is de aanvoerder der Comai:"hen.

Dart is de Bison ook, hernam Roode Gier. Zijn arm is verschrikkelijk in den strijd, maar zijne stem is aangenaam om ze te hooren in den krijgsraad.

Hij mag dus geheel zijn gevoelen uiten.

Dat mag hij.

Ziehier dan wat zijne vriendschap hem ingeeft u te zeggen. Morgen in de vroegte zullen wij het kamp opbreken, morgenavond zal de Seminool, die ons vergezelt, ons verlaten'.

Dat zal wel zijn.

Als ge wilt, volgt de Bison met de Panterkat zijn spoor. Wie vindt den man terug, die in de wildernis sneuvelt? Niemand.-De roofdieren verslinden zijn lichaam en de wind verstrooit zijn tot stof vergaan gebeente.

Dat is zoo.

Gij keert onderwijl met uw krijgers weder, om ze aan te voeren tegen de Bleekgezicbten, die met alle gerustheid hun voordeelige positie hebben verlaten. Gij verdelgt hen. En op de verwijten der Seminolen kunt ge antwoorden: Ik wist niet wie zij waren. Toen de dappere Vuurhart mij uw bevelen overbracht, was het te laat.

Zooals men ziet, aan hulpmiddelen ontbrak het den reus niet. De Roode Gier scheen er ook zoo over te denken, hij drukte de hand van zijn makker, en zei:

Bison, gij vertrekt dus met de Panterkat. Aan u de zorg, ons te wreken over de onbeschaamdheid van den jongen Seminool.

En gij?

Ik zai het plan ten uitvoer brengen, dat ge hebt blootgelegd.

De gloed van een wild dier schitterde in de oogen van den Apache en de twee opperhoofden verlieten elkander.

Het kamp kwam weldra in beweging. De krijgers hadden vernomen, dat het beleg van reeds zooveel weken op bevel der Seminolen werd opgebroken en dat een opperhoofd dezer laatsten hen gedurende den eersten dag van den terugtocht zou vergezellen.

Vandaar verbeten woede,, alleen te kennen gegeven door onstuimige gebaren en bliksemende oogen. Maar allen wachtten zij zich wel hunne verbittering te laten blijken. Allen

Sluiten