Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge uren zullen hier de oogen van velen voor immer gesloten zijn. Als gij blijft leven, is het noodig dat ge ales weet, opdat ge de waarheid kunt meedeelen aan mijne dochters, die ginds op de haciënda zijn achtergebleven. Zij dienen hunnen broeder te kunnen herkennen, indien de hemel het toelaat dat zij hém ten eenigen dage ontmoeten.

Hij zweeg plotseling. Een zachte stem murmelde in zijn nabijheid:

Vader, Iaat mij u omhelzen; geef mij den kus, dien ik door mijn lichtzinnigheid sedert het begin van deze lange reis heb moeten missen.

Het was Vera Coëllo. Voordat de hacendado een antwoord kon geven, hernam ze:

Ik sliep.... Ik had een droom zoo innig, dat de slaap mijn oogen niét meer heeft willen sluiten. De man, wien ik de bloemen van den sospiriano heb aangeboden, heeft zijne vrijheid herkregen; hij snelt tot ons, hij zal ons bevrijden.

Dat is een zinsbegoocheling, arm kind.

Neen, vader, het is waarheid. Ik gevoel het, ik ben er zeker van. Coëllo had u over deze zaken niet kunnen spreken. Ik heb mijn naam Vera weder aangenomen, om u woorden' van hoop en vertrouwen toe te voegen.

Als eenig antwoord drukte Fabian Rosales de aanvallige senorita aan zijn hart. Waarom haar thans een dwazen streek tot verwijt te maken, die in Mexico niet tot de uitzonderingen behoort, en waardoor zij zich onnadenkend had begeven in het gevaar! Als hij er wèl over nadacht, was de tegenwoordigheid der dochter toch een hart voor hem onder den riem- Zeker, de hacendado 'leed er wel onder, nu hij Ve%a zag blootgesteld aan een noodlot, dat onvermijdelijk scheen, maar hij ondervond niet de smart van zich verlaten te gevoelen, ver verwijderd van allen die hij liefhad.

Deze gedachte hield zijn geest eenigen tijd bezig, toen de stem van den Parijzenaar hem opschrikte uit zijne mijmering.

Senor, zei Krekel, van twee één: of ik heb .een rad vóór de oogen, of op de vlakte ontstaat in eens een spontane vegetatie waarvan ik niets begrijp.

Zich uit de omhelzing losmakend' van zijne dochter, kwam Fabian op Krekel af, die voorover gebogen hem wees op de oppervlakte der wildernis.

Zie eens daarginds, hernam de jonkman., ik zou zweren dat er vandaag alleen zand was te zien en nu zijn dat geen struiken die ge ziet?

Ja, waarachtig, antwoordde Rosales, na de aangeduide plek te hebben beschouwd. Maar dat opschieten van geboomte is het alleen piet daarginds, rechtsaf zie ik een struikgewas dat vroeger ook niet .bestond.

En hier zijn er nog meer, nog anderen, overal om de hoogte, bevestigde Vera.

Uit hun overpeinzingen gewekt door de veel beteekenende mimiek der drie personen, kwamen Francis en Peter bij hen.

Wat is hier te doen? Die struiken! Hoe komen die struiken ineens ■ hier?

Na een vluchtigen oogopslag zeiden de beide jagers .eenparig: Indianen.

Indianen! riep Krekel. Hoe kom je aan Indianen?

Wel, onder dat gebladerte, dood-eenvoudig. Een hunner alledaagsche listen. Als ze een vijand willen verrassen, maken ze met behulp van afgesneden takken een kunstmatige struik waaronder ze heel langzaam voortschuiven.

Ge denkt dus ?

Dat die honden zich gereed maken om ons aan te vallen, zei Francis. Ha! als de ammunitie maar niet zoo schaarsch was geworden, zou ik ze eens laten zien hoe wij gewoon *zijn de heertjes te ontvangen. Maar we moeten zuinig zijn met de patronen en ze wat dichterbij laten kruipen, opdat geen enkele kogel verloren ga.

En Peter, de vuist dreigend ballend naar het struikgewas, riep met komische woede:

Ongedierte van de woestijn! Ze denken ons te lijmen met hun list, die hoogstens voor militiesoldaten kan dienen!

In weerwil van den ernst der omstandigheden, deed1 de toorn van den geëmpIoieerde de aanwezigen een oogenblik glimlachen, maar de nabijheid, van het gevaar deed hun weldra het lachen'vergaan. Een aanval was iets versclrrikkelijks op dit oogenblik, nu de schietvoorraad ging ontbreken. Toch moestmen er op voorbereid zijn om dien te doorstaan. Alle strijdkrachten werden bijeengeroepen, allen namen hun post in. De karabijn in handen, met op elkaar geperste lippen, .wachtte iedereen' den aanval af.

Dolora alleen scheen geen vrees te kennen. Haar groote oogen schitterden. Haar tegenwoordigheid^ scheen allen met nieuwen moed te bezielen, toen zij onder de strijdenden verscheen.

Francis Gairon, door een onbedachtzame beweging meegesleept, boog een knie op het oogenblik dat zij hem voorbijging en de zoom van haar kleed hem raakte; met stokkende stem murmelde 'hij:

Vergeving!

Verrast keerde het jonge meisje zich om. Maar reeds was Peter op Francis toegesprongen. Zijn herculische hand omklemde den schouder van den Canadees als in een schroef. Op den wagenden blik der Mestiza antwoordde hij:

De patroon' lijdt er zeer onder, Donna, nu u in gevaar verkeert. Hij beseft, dat hij niet behendig genoeg geweest is, om de Indianen van uw spoor af te leiden, om u veilig en wel te geleiden tot aan dén eindpaal van uwen tocht.

Zij glimlachte minzaam.

Beschuldig uzelven niet, zei ze ernstig. Van alle eeuwigheid was besloten hetgeen thans gebeurt. Het staat niet in 's menschen macht om te beletten hetgeen moet zijn. Genoeg zij

Sluiten