Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar jeugdige liefde gelekï, prevelde ze:

Hij moet alles weten. Hij zal recht doen.

Hij, dat was Massilia.

Zoo gezegd, zoo gedaan. Achterwaarts ging ze weer terug langs de rots, aller.behoedzaamst richtte ze haar schreden naar de tent van den Marseillaan.

Ook hier heerschte, als overal, plechtige indrukwekkende stilte.

Het portiek van het linnen was opgeslagen, om de zoele nachtlucht binnen te laten, en het maanlicht, getemperd door de bekleeding, vergunde niettemin een blik op den Marseillaan, die geheel gekleed voor iedere verrassing, op een mat lag uitgestrekt.

Hij lag in diepen slaap.

Een oogenblik aarzelde Vera, maar zij vermande zich:

Het isHhet welzijn van allen, dat op het spel staat zei ze overluid. Van gebruikeijke welvoegelijkheid kan nu geen sprake zijn.

Daarenboven ik ben voor hem niet

Vea, maar vermomd als Coëlkx

En vastberaden trad zij binnen, naderde den slaper en tikte hem op den schouder.

Maar Scipio Massilia genoot den slaap des rechtvaardigen, want hij verroerde zich niet; met halfgeopenden mond sliep hij rustig door.

Opnieuw schudde hem het jonge meisje. Vergeefsche moeite.

Eindelijk opende hij de oogen.

Hé, zei hij geeuwend, zou je hier muskieten hebben?

Maar hij eindigde met een uitroep:

Alle duivels! Ik vergis me toch niet! Het is Coëllo!

Zij legde een vinger op haren 'mond. St!

Ha, ha, een geheim! hernam Scipio vroolijk, maar toch een toontje lager aanslaande, een geheim zou je het ons goud

hebben verdiend, mijn brave?

Neen. Ik heb iets anders gevonden, dat ik niet zocht.

Iets anders.

Ja. U hadt mij opgedragen eene Senora nit te vinden. Wel zeker.

Welnu, het toeval heeft me een man doen ontdekken. Een man?

En wat nog meer zegt, een verrader.

Ditmaal sprong Massilia ter been, en met beide handen zijn hoofd vasthoudend:

Wat zeg je me daar, knaap? Een verrader een verrader van wie, van wat?

Spreek dan toch. Je laat me hier, midden

in je geschiedenis, op heete kolen zitten

maar zul je dan niet spreken?

Als u me eerst maar eens den tijd ervoor gunt Daarvoor ben ik toch hier gekomen.

Vooruit dan maar, Coëllo, ik zal stom zijn als een goudvisch in de braadpan.. ■ • Je zegt dus een verrader.

Ja, Senor, een handlanger van Joe Sullivan.

Joe Sullivan, de schurk die mij liet oplichten. Dezelfde.

En die handlanger, de duivel moge hem roosteren..-.. die handlanger, waar zit hij? In het bivak, Senor. In het bivak!

Scipio had de handen gegrepen van den gewaanden Coëllo.

Ta, ta, zei hij, je hebt handen zoo fijn als een dame.

Vera sidderde als een riet

Maar Dij de tijding, die hem gebracht werd, bleef Scipio bij zijn opmerking niet stilstaan. Terstond kwam hij op het gewichtig onderwerp terug:

Wanneer is die agent aangekomen, wanneer? Ik heb niet gehoord, dat een

vreemdeling zich vandaag heeft aangemeld in het kamp.

Hij heeft zich aangediend op denzelfden dag, dat men u van ons heeft gescheiden, Senor.

Hé.... maar dan ken ik hem. hij maakt deel uit van het escorte der Mestiza?

En zich dolzinnig met de vuist voor het hoofd slaande:

Driedubbele ezel die ik ben— Sakkerloot! Dat komt ervan, als je zoo op stip en sprong wordt wakker geschud. Je bent dan verward als ansjovis in een pot.... Sap-

prement! Ik ken den verrader dat zou

ik meenen.... maar vertel me eens, snaak, hoe heeft hij jou in vertrouwen genomen?

Zonder dat hij het wist Senor.

Scipio fronste zijn wenkbrauwen.

Zeg een*, oolijke guit, ie wilt me toch niet ernaar "laten raden? Maar glimlachend vervolgde hij: — Jawel, je zult een gesprek hebben afgeluisterd.

Vera knikte toestemmend.

En met wien had hij het over zijn kunststuk?

Met zijn geweten.

En den woordenvloed tegenhoudende, die over de lippen van den driftigen Provengaal dreigde los te breken, voleindde het jonge meisje:

Hij sliep in, doch zijn geweten waakte, in den vorm van een droom.

Hij sprak dus met luider stem?

Zooals gij zegt, Senor.

'En hij beschuldigde zich?

De Mestiza te hebben gedood, krachtens een papier, dat hij op de borst draagt. Ik heb dat niet goed begrepen, maar ik geloof dat het een geschrift is van Joe Sullivan.

Massilia gaf geen antwoord. Op den grond starende, scheen hij- na te denken.

Hij had de Mestiza willen dooden, bromde hij na een oogenblik zwijgens.... Zeg éetfs, heerschap, het heeft al heel weinig gescheeld, maar nu doe ik weer meê in het spel en je zult weten met wien je te doen hebt.

En tot Coëllo zich keerend:

Sluiten