Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn laatste hoop had ik gesteld

Op oome Prikkebeene's geld."

En Dik en Nella, allebei,

Gevoelen wel wat medelij

En vinden 't raadzaam bovendien

Hem niet meer in zoo'n vlaag te zién.

Zij spreken nu als uit éen mond : Terwijl hij oprijst van den grond, „Wel de andere week dan trouwen wij, Dan ben jij ook van de partij En dan gaan wij een jaar of twee Op reis en ga jij met ons meê.

De kinderen doen wij voor dien tijd Op kostschool, dan zijn wij ze kwijt." Heer Petrus riep, vol blijdschap „top, Hier heb jelui mijn hand er op. 'k Verlaat je niet, dat is gewis, Voor dat de reis geëindigd is.

Sluiten