Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men bond de stukken aan elkaar, Dat was gezelliger, voorwaar; Men dreef aldus maar kalmpjes voort, Er was toch kost genoeg aan boord, Het weer was mooi, de zee in rust, Zoo kwam men eind'lijk bij een kust.

Die kust, men merkte het aldra, Dat was de kust van Afrika. Men kon het aan de Negers zien En dan aan de apen bovendien, Terwijl, toen men iets nader kwam, Men 't brullen van den leeuw vernam.

Nadat men wat gedobberd had, Ontwaarde men een groote stad. Het was het schoon Monravia, De hoofdstad van Liberia. Bij dit gezicht nu vroeg hun Piet; Of men aan land zou gaan of niet.

Sluiten