Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heel statig stappen zij eerst aan, Voorop een oude baviaan, Doch, weldra klimt het apenvolk De boomen in. Een dikke wolk Van rook nu 't gansche bosch omhult En 't woudgediert' met angst vervult.

De leeuw komt brullend uit zijn hol

En schudt ontstemd zijn krullebol,

Trompettend nadert de olifant,

Als vroeg hij: „Zeg, waar is de brand ?"

En buffel en rhinoceros

Zij stormen nijdig er op los.

't Wordt op dit ij selijk gezicht Den reizigers, dit vat men licht, Benauwd om 't hart. Maar onze Piet Tot speelman zegt: „Kom, strijk een lied. De dieren minnen 't snarenspel Sinds Orpheus' tijd, dat weet je wel."

Sluiten