Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om me te wapenen vóór hen, tégen m'n klassegenoten, m'n medeniet-bezitters, en ik heb dit geweigerd. Welbewust heb ik de zijde van het lijdende, strijdende proletariaat gekozen, omdat ik weet, dat daar de plaats van elk oprecht, eerlik-denkend mens is. En nu in m'n sel, afgesloten van al wat mij lief is, voel ik me gelukkig, omdat ik weet, dat ik goed gekozen heb.

(Hier heb ik een stuk weggelaten, dat handelde over het materiële leven van de arrestant. Ik acht dit tè algemeen bekend, voor mijn doel bovendien tè onbelangrijk om daarover uit te weiden).

Zoëven heb ik voor 't eerst „gelucht". Dit luchten is een soort ser,emoniële handeling, diè de arrestant twee keer daags ondergaat. Éen halfuurtje mag hij zijn sel uit en op een beperkt terrein rondwandelen. Wandelen ? Ja, dan altijd zo: voorop loopt de arrestant, die bij die feestelijke gelegenheid een pijpje of sigaar,mag roken. Naast hem de sersjant-wachtkommandant, 't geweer op de schouder. Achter hem nog eens één of twee soldaten, die ook een geladen en van bajonet voorzienen „spuit" op den nek hebben. Belachelik is de vertoning, maar tevens treurig, want slechts door dit soort dingen houden de autoriteiten de propaganda tegen, terwijl ze er bij de goe-gemeent de schrik voor die „gevaarlike" dienstweigeraars inhouden.

Op het terrein waar ik luchten mocht, waren ook soldaten aan 't ekserseren en toen ik die jongens zo bezig zag, wat zegende ik töen toch mijn positie boven de hunne, want „m'n hemel", dacht ik, nu noemen ze mij de gevangene en hen de vrijen. Maar is het niet eer omgekeerd? Weliswaar sluiten ze mijn lichaam op, maar ze hebben me toch niet kunnen dwingen tot iets, wat ik als niet goed beschouw. „Een mens heeft zoveel vrijheid als hij nemen durft" en geestelik-gesproken is dat altijd waar. M'n • gedachte, m'n willen, m'n geest, m'n ziel, zo ge wilt, kunnen ze mij niet afnemen en al sluiten ze m'n lichaam nu op in de diepste diepte van een gevangenisruimte, 'dan gaan nog m'n gedachten vrij en heerlik de eeuwige weg die de geest hen doet gaan. M'n willen kunnen ze niet buigen nog breken en m'n gevoelen niet en dat is hoogste vrijheid. Maar zij, de slaven, die allen „de pest an de dienst gezien nebbe", zoals ze zelf zo kernachtig zeggen, volgen de eerste de beste kommandostem, die hen in rij en gelid roept. Velen hunner zullen niet beter weten, maar ook heel velen van hen zullen heel

Sluiten