Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN METJDEN WITTEN BAARD

ROME was uitgestorven. Ieder, die het eenigszins kon bekostigen was in „villeggiatura', bracht een paar vrije weken aan de kust of in de bergen door. Sinds maanden broeide en blakerde de zon op de steenen, boomlooze stad, die een oven qeleek. De stof lag dik op de straten, drong in keel en neus en oogen en ieder liep met groote automobielbriUen op met zwarte glazen. Het was grappig en somber tevens. En toen tien dagen achtereen de thermometer op 42 gr. Celsius in de schaduw had gestaan op het middaguur, pakte ik een handkoffer en ging ook de bergen in. naar Albano. En in het eenige groote hotel daar, vond ik gelukkig een Wiekje kennissen bijeen. We aten samen en Giulio verraste ons op een glas champagne:

„Ik ben vandaag vijftig jaar geworden, zeide hij ter ver-

^^vijftig? Man, je ziet er uit als dertig. Nou nog vele jaren

°Giuho nam de gelukwenschen en de spotternijen van ons allen heel kalm op, deed zelfs een beetje benepen.

Ta Giulio, vijftig jaar, dat is het retourbillet, amico mio. Nu kom je op den leeftijd om eens verstandig te worden, een eind te maken aan je dolle streken. Kom kerel, het hjkt waarachtig

wel of je onder den indruk bent." ., , . t ,

Ik?" - verweerde zich Giulio. - „Nee ik ben met onder den indruk, en verstandig wÜ ik ook niet worden. Ik bedenk alleen maar, dat nu de witte baard kan komen. •

„Och loop rond. Je hebt nog geen enkel grijs haar. Je bent zoo zwart als een raaf. Jij krijgt nog geen witten baard voor-

10°Ikbedoel, dat de man met den witten baard, luomo coüa barba bianca, nu haast kan komen."

Sluiten