Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijn pyama lui een sigaret lag te rooken, werd ze aangediend. Het schokte opeens door zijn lichaam en een fel besef stond plotseling in zijn brein, dat dit de beslissing zou zijn, de beslissing, waarbij hij zou overwinnen. Een kille rust, een verstarring kwam over hem, toen hij kalm zeide: „Laat de signora binnenkomen."

Dra trad ze het vertrek binnen, mooi, wondermooi, met lachende gitten oogen, een schalkschen trek om haar fijnen mond.

„Dag Karei, dag mannie, dag schat," schalde haar stem.

„Bonjour," zei hij rustig, — „put niet dadelijk je geheele vocabulaire uit. Wat wou je ?"

Even keek ze hem verbaasd aan, dan lachte ze, een klaterenden lach: „Weet je, dat je een type van een leuken, blaséviveur geworden bent?'

„Merci voor je waardeering. Maar wat kom je doen?"

„Praten," zei ze.

„Als Montestella het hoort."

„Kan mij wat schelen, trouwens hij weet er van, — de ellendeling."

„O — weet hij er van?" teemde hij treiterend. „Nu begrijp ik de situatie beter."

„Hoe zoo ?" deed ze verbaasd.

„Zal ik even de diagnose stellen? Dus: — jij hebt Montestella een hoop geld gekost, zoo ongeveer evenveel als mij indertijd. De wissel van twaalf duizend francs kan hij niet voldoen. Natuurlijk niet, — Montestella is een Hochstapler, een rasta. Jij moet het goed maken, liefst met zoo weinig mogelijk offers, maar desnoods mag je het „afkoopen". Geraden?"

„Je bent een heerlijke cynicus geworden," zei ze met iets van bewondering in haar stem. „En als het zoo was?"

„Dan presenteer ik den wissel vanavond aan een woekeraar,

Sluiten