Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in een vlaag van kindsheid een lijfrente had vastgelegd voor een ouden kellner.

Eerst toen dit alles geregeld was, vertrok hij. En in Genua ontving hij Vermeers brief, met kriebelige hanepooten geschreven — één dankbetuiging, zóó kinderlijk, zóó spontaan onhandig, dat ze hem aandeed als een groot geluk.

En dit geluk bleef en welde opnieuw op uit eiken brief, dien de oude kellner hem schreef uit Nederland, waar hij zich teruggetrokken had. En toen Vermeer niet meer schreef, toen de lijfrente weer vervallen was, toen Van Beveren zelf sukkelen ging, bleef hem dit geluk bij.

Hij had een onbaatzuchtige zorg voor een ander gedragen, zooals hij nooit voor vrouw of kind had mogen gevoelen. Hij had een stuk van zijn arbeid, van zijn geploeter van jaren, aan een ander gegeven. Hij had toegegeven aan de behoefte om voor een anders geluk te werken, die onbewust in hem, als in eiken stoeren werker, had geleefd. En die daad bracht het geluk. Die daad bracht dankbaarheid en genegenheid van een ander wezen voor hem en zijn leven scheen minder eenzaam en mislukt meer nu het een onzelfzuchtige voldoening had gebracht.

En stil kon de oude man voor zich uit zitten glimlachen als hij dacht aan den onbezorgden ouden dag, dien de ander nog had kunnen hebben. Dan stond duidelijk in rijn herinnering het beeld van Napels onder den hoogen ijlen hemel, in breede terrassen, met lichtjes omzoomd, neerdalend in breeden boog tot de golf. En toen hij heel oud was en zijn einde nabij, bleef uit zijn heele lange leven vol wisselende beelden slechts dit ééne beeld, met al zijn stemmingen, in hem helder, als een wonder.

Sluiten