Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ik zoover, dat ik niet den halven wagon waarop ik recht had, maar wagonladingen voor eigen rekening vervoerde, soms waren er in een trein wel vier en twintig wagens van me zelf. Ik werd rijk, liet m'n locomotief in den steek en ging bij Mendoza, diep in het binnenland, een wijngaard houden. Ik was toen drie en twintig. Met m'n fortuin had ik naar Europa terug kunnen gaan, er een rijtuig op na kunnen houden en den gebraden haan uithangen. Doch ik was er schichtig van geworden. M'n Europeesche beschaving, voor zoover je die op je veertiende jaar bezit, was ik al lang tusschen Congonegers en in de pampas kwijtgeraakt en ik had den moed niet terug te keeren, voelde me een beer, een boer, een onbehouwen lummel en bleef in m'n prachtigen wijngaard, die schatten opbracht.

Je zult je afvragen of dit allemaal een portret is van dien aap, maar dat komt nu. Het leven dat ik leidde, alleen, altijd in m'n eigen vervloekte eenzaamheid, met niet anders dan wat domme werklui, waar ik pootaan tegen spelen moest, van den vroegen morgen tot den laten avond op m'n paard over m'n terrein rijden, werklui afbekken, er nu en dan de zweep over halen als ze met een mes op je af wilden, of in het ergste geval ze een schot in hun kuiten geven, dat leven alléén in je groote ongezellige huis, met haat en afgunst om je heen, zonder vrienden dan wat drinkebroers uit de rancio's uit den omtrek, zonder iemand die ook maar een sikkepit om je geeft, dat hou je op den duur niet uit.

En met al de praktische levenservaring, die ik toen toch al had, heb ik den grootsten kwajongensstreek uitgehaald, dien je je denken kunt. In Mendoza, dat toen nog een stad van barakken en keeten en loodsen was, kwam een tingeltangel. Het was een gebeurtenis van belang en op een goeden middag reden wij drinkebroers er allen op ons beste paard, in onze beste spullen en met een buidel geld heen om de bloemetjes buiten te

Sluiten