Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tanden van een slang, en haar toch streelde als de geur van sandel, terwijl de maan rees in den hemel.

En toen, plotseling, zat hij op en keek in het rond. En hij zag den vijver, en de boomen, en het beeld van de maan in het water, en herinnerde zich waar hij was, en alles wat gebeurd was. En hij zuchtte diep, en zeide tot zichzelf: Wee mij! Ik heb, als een oneerlijke speler, mijn dobbelsteen geworpen, en het spel verloren. En nu heb ik geen koninkrijk gewonnen, en geen koningsdochter, maar enkel slagen en schande. Helaas! nauwelijks had ik mijn droom gevonden of ik verloor hem weer, door de verschrikkelijke werking van zonden, begaan in een vroegere geboorte. Dus blijft er nu niets over dan zoo snel mogelijk te doen wat ik op het punt was te doen toen ik naar het paleis ging, en mij, daadwerkelijk, van kant te maken. Want het leven leek ondragelijk, vóór ik de vrouw van mijn droom had gevonden: maar nu is het nog erger, daar ik haar heb gevonden, alléén om in haar oogen een voorwerp van spot te worden, vreeselijker dan honderd dooden.

En hij nam zijn zwaard, en voelde de scherpte van zijn kling, en bracht het naar zijn keel. En toen het zijn kin raakte, op dat oogenblik hoorde hij in de stilte van den nacht de stem van een wachter, zingende terwijl hij zijn ronde deed op de stadsmuur: „Welke man ook, van hooge kaste, die naar het Land van de Lotus van de Zon geweest is, dat hij naar den Koning kome: hij zal 's Konings koninkrijk met hem deelen en 's Konings dochter huwen."

En het zwaard viel uit zijn hand, en hij sprong op zijn voeten, en riep uit: Wat! zij is voor den man die het Land van de Lotus heeft gezien, en hier ben ik, een Rajpoet van het Ras van de Zon, droomende van dood bij dezen maanlicht-vijver, terwijl het Land van de Lotus nog niet gevonden is! Nu zal ik dat Lotus Land vinden, waar het ook moge zijn, en dan terug-

Sluiten