Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik rijd ')• Toen ging de oude bedriegster heen, daar de storm over was. Maar de uil, die in zijn schik was met den tempel als woonplaats, bleef, en de vleermuizen brachten hem goddelijke eerbewijzen. Toen gebeurde het een paar jaar later, dat een werkelijke pauw den tempel binnen kwam. En de vleermuizen zeiden tegen hem: Wat ben jij voor een soort beest? De pauw zei: ik ben een pauw. De vleermuizen antwoordden: Weg met jou, jou bedrieger! wat is dit voor gekheid? De pauw zeide: Ik ben een pauw, de zoon van een pauw, en het voertuig van de godin Saraswati* is een erfelijk ambt in onze kaste. De vleermuizen zeiden: Je bent een leugenaar, en de zoon van een leugenaar, weet jij 't beter dan de Godin zelve? En zij joegen den pauw uit den tempel, en aanbaden, als vroeger, den uil.

Toen zeide de Wairagi: Rajpoet, ge hebt mijn oogen geopend. Leer nu van mij een stuk van Uw eigen weg. En hij ging op den grond liggen, en plotseling de gedaante van een kluizenaar afleggende, werd hij een wezel, die naar Umra-Singh een' lange roode tong uitstak, en in den grond kroop door een hol, en verdween. En toen Umra-Singh zich bukte om dat hol te bekijken, zag hij den Wairagi weêr naast zich, in zijn oude gedaante, behalve dat hij doorging met de wezel-tong uit zijn mond te steken. En hij zeide boos: Wat beteekent die begoocheling van een wezel en waarom steek je je tong uit? Toen zeide de Wairagi: Ho! ho! Ik heb je één weg gewezen voor een anderen weg, en één raadsel voor een ander. En vertel me nü de Weg van een vrouw, en leer dan een ander derde deel van je eigen weg.

Toen zeide Umra-Singh tot zich zelf: Voorzeker is dit geen kluizenaar, maar een gemeene Rakshasa, die mij alleen zoekt te bedriegen. Maar toch zal ik hem een antwoord geven, ter wille van mijn weg, en het blauwe licht in de oogen van Shri. En hij zeide tot den Wairagi: Weet dan, dat de weg

') Zie Aanhangsel IV van „Koning Soeryakanta".

Sluiten