Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

AAR in dien tusschentijd vloog Shri '), toen zij haar lichaam verliet in Indiralaya, in een oogwenk naar

, het Land van de Lotus van de Zon. En daar trad zij dat andere lichaam binnen, dat op een rustbank lag in de Paleis-zaal. Toen opende zij dadelijk haar oogen, en stond op, als ontwakende uit een droom. En zij was vervuld van verbazing, afgrijzen en schrik, toen zij zich zelf alleen bevond in de leege zaal. En zij

riep uit! Helaas! wat is dit voor een mysterie, en hoe kwam ik in dezen verlaten zaal, en in welk kwartier van de wereld ben ik, en wat is er van mijn echtgenoot geworden? Nü zie ik de verschrikkelijke gevolgen van zonden, begaan in een vorige geboorte. Helaas! hoe zal ik hem terugwinnen en waar is hij te vinden? Voorwaar, we zijn als twee kleine vischjes in den oneindigen oceaan van den tijd. En toch, al is dit zoo, wanhoop dient nergens toe. Kreeg Sita Rama niet terug, en Shakuntala Dushyanta, en stak Damayanti den oceaan van scheiding niet over, en rustte zij niet aan het strand in den vorm van de omarmingen van Nala? Waarlijk almachtig is de kracht van de liefde, en welke liefde was ooit grooter dan de mijne! Want zij gaat

>) Zie noot 1 bis. 10.

Sluiten