Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kunstijs; er wordt szomers gevoetbald en gejaagd (al is dit laatste ongeoorloofd), in het zweet des aanschijns gebiljart en gedanst, gekaart, gedamd, geschaakt (ik bedoel het spel) onder de lamp en ver van de frissche lucht. Maar ik moet me houden aan uitingen van het gezond verstand. WË*

Daarom is hier onder Sport en Spel in den Winter verstaan: die sport en dat spel, die bij voorkeur en met reden in den winter alleen, of evengoed in den winter worden uitgeoefend, en dan uitsluitend sport en spel als zoodanig, niet in verband met een beroep of als blijken van ongezonde passie. Om te preciseeren: onder deze afbeeldingen is niets opgenomen dat betrekking heeft, bijvoorbeeld op het jagen door beroepsjagers of stroopers, het arren of sleêrijden, waarbij de ar, prikof baksleê voor het vervoer gebruikt worden, en ook niets, dat betrekking heeft op de speeltafels te Monaco of elders, op het rouge-et-noir of andere kansspelen. Niet om moralistische, maar om zuiver practische beweegredenen (want waar is de grens?) zullen behalve stroopers ook kaartspelers van beroep onder de hier op te treden figuren vergeefs gezocht worden, evenzeer als trouwens beroepsdansers en -danseressen, hoe kunstig of kunstzinnig ook, of ze het ballet dan wel den diepzinnigen modern-klassieken dans dansen, zonder aanzien des persoons geweerd zullen worden. Van zelf is dan ook bij „spel" het tooneelspel uitgeschakeld; ofschoon logischerwijs het dilettantentooneelspel weer wel tot de uitspanningen behoort, die (althans naar men voorgeeft) wel om zich zelf alleen worden beoefend. Maar nog eens, waar is de grens?

Bij het zoeken naar kunstwerken, die sport en spel afbeelden, doet men opmerkelijke ervaringen op. Wat is er op sommig gebied weinig! De Grieken bijvoorbeeld, bij wie toch de lichaamsoefening zoo in eere was, wat hebben ze weinig kunstwerken aan de afbeelding van sport of spel gewijd! In kwistige mate beeldden zij goden of godinnen af, of krijgers, groote geleerden en denkers, staatslieden, vorsten, maar hoe luttel is er om ons te herinneren aan de vermaarde Olympische spelen. De discuswerper is bijna een alleenstaand voorbeeld, en voor het overige zal men hen wel paarden- en wagenrennen, grootsche optochten en athletische kampen zien uitbeelden, maar zoo zelden is de demonstratie zelf het onderwerp. Ja het is de vraag of de sport öm de sport wel een erkend en geëerd begrip was, zóó erkend en zóó geëerd dat ze de vereeuwiging waard was. Nog minder was dit wel het geval bij de

Sluiten