Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

domeinen, bij wie de spelen eerst laat en trots veel tegenstand werden ngevoerd. Hoe kenschetsend is het, dat uit het Cultuurtijdperk, waarin le kracht en de behendigheid dermate werden op prijs gesteld en zulk ïen groote factor waren voor het welslagen der individuen, ons niet of ïauwelijks monumenten bewaard zijn, ter verheerlijking van een daarin litmuntend personnage! Het is misschien een wijze les aan hen, die op sportgebied wel geneigd zijn tot een soort heldenvereering over te slaan, iat de Grieken, die ons de beeltenissen nalieten van Homerus en van Bophocles, van Socrates en Alexander, ons nauwelijks een naam hebben aewaard van een overwinnaar in sportieve wedkampen.

Wat overigens aan afbeeldingen van spelen en spelers, zelfs waar tiet sporten betreft, die hier en nu 's winters worden uitgeoefend, werd gevonden, kon nog meestal bezwaarlijk ingevoegd, want in een werk, gewijd aan afbeelding van wintersport, kon niet veel plaats worde» gegeven aan voorstellingen, die geen enkele aanwijzing geven van het seizoen, en waarbij de naaktheid der figuren in elk geval suggestief werkt... in de averechtsche richting.

Daarom kan aan klassieke kunst hier zoo bitter weinig ruimte worden gegeven; wat zeker jammer is.

Maar als we dan aan de Middeleeuwen komen, blijken deze voor ons doel al heel „duister". Werd er nauwelijks aan een andere sport dan de vechtsport gedaan? Het is niet aan te nemen, en wij weten trouwens dat de kwaal der ontevredenheid bij het volk, ook toen, behandeld werd naar Gaesar's recept: met brood en spelen. De wedstrijden van boogschutters, de tournooien, waren ontegenzeggelijk sportieve vermaken, waarin de sport louter om zichzelfswil werd bedreven, en de ruwe volksspelen als tonnetjes-loopen, het klimmen in glibberige masten, het happen naar worst en dergelijke werden toen, als tot in onzen tijd gegeven. De leemte is hier stellig veel meer aan de kunst te wijten dan aan de sport: de kunst die de roeping had den godsdienst te dienen, en die slechts een enkele maal afdaalde tot meer populaire en somtijds zelfs vulgaire onderwerpen, de kunst die meestal verheerlijkte, somtijds hekelde, maar zelden het dagelijksch leven afbeeldde, louter uit schik er in en belangstelling ervoor.

Dat deed wél — en vooral in Holland — de in de renaissance ontstane realistische kunst, die behalve in haar schoonste lyrische uitingen een zuivere vertelkunst werd en ons de zeden en gewoonten van het volk op een uitvoerige, levendige en gezellige wijze afbeeldt, alsof haar

Sluiten