Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maagd haar een dusdanige lichamelijke gesteldheid te geven, dat geen man meer in haar behagen zou vinden.

Dit gebed werd op haar 15de levensjaar verhoord. Toen zij zich op den dag van Maria Lichtmis naar landsgebruik met meisjes van haar leeftijd op het ijs met schaatsenrijden vermaakte, brak zij bij een val de korte ribbe aan de rechterzijde.

Het werd een lijdenstijd van 38 jaar. Zij leefde, naar de legende zegt, 19 jaar lang zonder voedsel en ook zonder slaap, slechts door de heilige communie in het leven gehouden.

Zoo moet ik mijn relaas van ijsvermaak met een tragedie beginnen! Trouwens de straffe ernst der boetprediking heeft zich ten allen tijde het gevaar ten nutte gemaakt, dat aan het verblijf op dit onveilig element — onveilig en onbetrouwbaar, want glad en broos — verbonden is.

't En is geen ijs

Of 't kost menschevleijs

klaagden de oude Hollanders.

In het Winter-Liedt van het „Amsterdamsche Spinhuys ofte Lusthof der Adelijcke Jufferen" (1680) spreekt het ijs:

Daer wordt mij soo veel toebetrout Als iemand hieromtrent. Al ben ick maer drie dagen oudt, lek worde straks berent. Van eersten af heb ik geen vree: Siet hoe mijn saecken staen, «<r En leef ick dan een dagh of twee,

Dan gaet het harder aen. Men druckt mij met soo groote magt Dat alles scheurt en kraakt Dus wordt ick haest te niet gebracht: En 't eenemael mismaeckt: Daer gij die daer soo vluchtig rijt Ick bid u denck het vrij, O vrienden, dat U levenstijdt Veel snelder loopt dan gij.

Jan Luycken, de vrome en wijze dichter en knappe graveur van zoo menige kostelijke prent, neemt in zijn „Spiegel van het Menschelijk Bedrijf" (1694) ook den „Schaatsemaaker" op, wiens werkplaats en arbeid hij op zijn gezellig-vertellende manier weergeeft; voorover gebogen is hij bezig de schaats te slijpen, een helper, op den achtergrond, schaaft het hout, de schaatsen in den winkel zijn op rijen planken uitgestald,

Sluiten