Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zal dooien! In den lieven lentewind zaï net muuuuw ^ weerklinken; en de schoone dochter der natuur zal haren kerker uitbreken, en opnieuw schitteren voor het aangezicht der zonne! Laat ons nu nog eens stoken."

N B Hildebrand kon geen schaatsenrijden, hij had immers het ijs nooit betreden, zich de voeten nooit met ijzers geschroeid; hij wist dus niet wat het was, schaatsen te rijden, en kan niet als een verachter van het vermaak zelf gelden; hij is een hater van het ijs; men kan zijn tegenzin een principieele noemen; zij is geen argument tegen het vermaak zelf maar uit de pen van een Hollandsen schrijver toch curieus genoeg om' aangehaald te worden op een plaats, waar zooveel geestdrift en verrukking ons herinneren aan de ouderwetsche winters en hun verkleefde minnaars, aan de sport van het schaatsenrijden en aan de tafreelen van Oud-Hollandsche pret en jool - en platheid, die de toeschouwers boden aan een vermaak, even oud en even „volksthümlich' als de kermis. Om deze beschouwing over het schaatsenrijden te besluiten zij nog even aangestipt dat in den goeden ouden tijd het schouwspel zoo jolig en vreugdig beschreven en bezongen, op.de ijsbanen der steden, met altijd verheffend was. Prenten, die we betamelijkheidshalve (hoe vrijzinnig wij ook in deze gaarne zijn) niet konden opnemen, laten met nauw smaakvolle openhartigheid zien, hoe het gezonde bewegen in de open lucht tooneelen van de grofste en zwoelste onvoegzaamheid met uitsloot, hoe deze kermissen en samenkomsten druk werden bezocht, met slechts door zakkenrollers, maar ook door vrouwen, die zich aan de in den roes vrijgevige mannen van buiten kwamen aanbieden, waarbij dan gebaren en handgrepen geteekend zijn die aan duidelijkheid niets te wenschen overlaten. Zoo heeft alles hier op aarde zijn „zijden en keerzijden ... In Schotland wordt of werd veel gespeeld op het ijs van de groote meren, een spel dat veel van kegelen heeft, en-dat „curling" genoemd wordt. Het is een heel oud spel, waarin de verschillende clans met hun baronnen aan het hoofd wedstrijden hielden.

Groote steenen, plat, wegende 40 a 70 pond met een ijzeren of houten handvatsel, worden van den eenen oever naar den anderen met kracht over het ijs geschoven. Het ijs moet mooi vlak zijn, de. eenen zijn glad gepolijst. Gewoonlijk zijn er zestien steenen, elke partij heeft er acht. Aan beide kanten is een merkteeken, een gat in het ijs waaromheen cirkels zijn getrokken om den afstand te ^^Jj^ gebruikten de spelers, om bij het werpen (of schuiven, of doen glijden)

Sluiten