Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevecht, waarbij de strijders het bij voorkeur gemunt hadden^op eikaars hoofden, want de winner was hij die een zekere hoeveelheid bloed uit den kop van zijn tegenstander had geklopt. Bij een goed geanimeerd gevecht gingen de slagen op de hoofden zóó rad, dat men ze nauwelijks met de oogen volgen kon. Deze landelijke sporten werden vermoedelijk eenigszins clandestien uitgeoefend. Met de verzachting der zeden kreeg ook dat „stokkenspel" waarschijnlijk een minder bloedig verloop ofschoon de Squire in Washington Irving's „Old Christmas», die de ouderwetsche gebruiken zoozeer aanmoedigde, moest toegeven dat de stokkendans, die de ionge boeren op het grasveld uitvoerden, nog wel eens op bakkeleien en bebloede koppen uitliep. Een andere Squire, waarvan Clarke (schrijver van „Three Courses and a Dessert") vertelet, noodigde jaarlijks op den naamdag van hun heilige de schoenmakers uit de naburige dorpen uit, om uit een vat sterk bier te drinken, waarin een brandende kaars was geplaatst; eenigszins gewijzigd wordt ditzelfde soelletie nog gespeeld met rozijnen in brandewijn, waarbij men echter alleen de vingers kan branden, niet het gezicht. Maar hier zijn we voorbariglijk bij de gezelschapsspelen aangeland; er zijn nog athletische sporten, die zeer de aandacht verdienen:

Het boksen bijvoorbeeld. m u .

Eigenlijk heeft het voor mij een punt van twijfel uitgemaakt, of het boksen, zooals het tegenwoordig wordt uitgeoefend, wel een sport mag heeten. De boksers toch, naar wier praestaties men komt kijken en wier verminkingen men komt toejuichen, zijn vrijwel uitsluitend beroepsboksers, die de geheele wereld rondreizen en elkaar uitdagen, en op wie wordt gewed. Zij oefenen dus hun sport uit om geld te verdienen, om te bestaan, omdat zij niet anders kunnen dan dat. Men zou dus kunnen zeggen dat zij, in den puristischen zin van het woord, geen sportslui zijn. Het spraakgebruik echter heeft reeds langen tijd zoo niet hen dan de toeschouwers, beschermers en wedders, sportsheden genoemd, het'zijn althans sportliefhebbers, al laten ze de lichaamsoefening door anderen bedrijven. Zij zijn te vergelijken met de reeds m de 18de eeuw talrijke liefhebbers die kwamen kijken naar hanengevechten, de rattenjachten door fox-terriers en dergelijke edele schouwspelen en naar de

"T/ré^ Sports", met houtsneden van William

Nicholson, waarnaar elders wordt verwezen, vindt men het volgende gedichtje van Kipling:

Sluiten