Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mooi van teekening, staan beneden die van zijn vroegere en latere tijdgenooten als Rowlandson en Leech, maar het is mogelijk dat zij zeer vakkundig zijn. Alken begon naar verluidt zijn loopbaan als »huntsman", »studgroom" of »trainer" in dienst van den hertog van Beaufort, en kan dus zooveel verstand van paarden en van de jacht gehad hebben als weinig anderen-

De wedren van Eugène Lami geeft, op de wijze, die wij van den chroniqueur van het tweede keizerrijk gewoon zijn, een getrouw, bijna fotografisch beeld van het wereldsch schouwspel, waarbij de eigenlijke paardensport veel minder dan bij Alken voor alles hoofdzaak is. Daarentegen merken wij bij Edouard Manet zoowel als bij Edgar Degas meer van den kunstenaar zelf, van zijn kijk op het geval, dat bij den één geheel kleur en toon, bij den ander geheel vorm is, beiden drukken stellig veel meer dan de anderen de beweging uit die van een algemeen standpunt den beschouwer frappeert, maar het is den sportsman misschien niet euvel te duiden, als hij aan het werk van Lami meer houvast meent te hebben, want juist voor hem is de impressie niets meer, de werkelijkheid, zooals hij ze weet te zijn, alles. Wanneer een machine snel in beweging is en de leek niets anders ziet dan een vormeloos complex van draaiende lichamen, ziet de kenner nog altijd de machine, zooals hij ze weet te zijn, en de impressionist zegt dus altijd maar een betrekkelijke waarheid wanneer hij de elkaar snel afwisselende beelden vaag weergeeft. Dit is een van de redenen, waarom de consequentie der futuristen, die geen enkelen vorm meer vasthouden of op zijn plaats houden, onzinnig is; de grenzen van wat wij waarnemen en wat wij weten dat er is, zijn niet vast te stellen, zoodat wij nooit kunnen zeggen: wij geven wat wij zien, om het feit te verdedigen dat wij iets verwards geven. Wanneer wij weten dat een paard vier pooten (of beenen) heeft, zien wij er nooit acht, of wij moesten dronken zijn, en kon al een fout in ons gezicht of een spiegel ons er acht toonen, dan is ons brein er bij om ons dat anders te vertellen.

- Die duizendkunstenaar, de ongehoord productieve Gustave Doré, meester ook in het groteske, heeft in zijn grappig prentje van voortrennende jockey's op renpaarden een veel meer plausibele impressie gegeven van een vaart die het oog niet meer vasthouden kan, dan welke futurist het met zijn methode doen kan. Zie ook de overtuigende actie in Liebermann's polo-spelers.

De fiets is in dezen tijd een zooveel gezien artikel geworden dat

Sluiten