Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■The strong man Is a faint man.

Een uitdaging aan het adres, van de sportbevorderaars.

"; i een poënitentiake kinderwet, is *t rüet ten eerste éen uiting van Pgjffivy öhze'al te gevoelij^^tajuwen en ten tweede een zwakke P§f! poging om kwaad tegen te gaan wat aldus niet te keeren is?M >

Ik hoop, dat de invloedrijfcé%ïeer R. Casimir spoedig tot het besluit zal komen, dat onze jeugd wel iets anders van noode heeft dan datgene, waarvoor hij .gaarne, zéér gaarne een geleidewoordje" schreef. Om zóó vér te komen, behoeft hij zich slechts te herinneren, dat athleten nergens anders voor geschikt zijn dan voor kortdurende, geweldige spierinspanning, en dat de werkelijke vooruitgang nog nooit bevorderd is door sterke spieren en grove beenderen; ware het anders, dan zouden wij moeten terugverlangen naar het tijdvak, waarin de Ichthyosaurus en de Diplodocus. leefden. De geschiedenis-der beschaving is de geschiedenis van de grööte mannen, en dezen hebben betrekkelijk veel meer geest bezeten dan spieren en beenderen; ja, bij velen hunner bestond er een krasse wanverhouding tusschen geest en lichaam, sommigen hadden zelfs een ziek lichaam ten hunnen laste. Ht»7 is dan ook volstrekt niet waar, dat een gezonde en krachtige geest alléén zou kunnen huizen in een gezond en sterk omhulsel; an en het is zelfs een dwaasheid om te gelooven, dat krachtig-gespierde m. menschen het meeste uithoudings- en weerstandsvermogen, öök tegen ziekten, zouden bézitten. Over het algemeen ïf^*bok op dit gebied de middelmatigen er het best aan toe.

Een nog veel grooter dwaling is het om te meenen, dat door datgene wat tegenwoordig ïïzha&msoefening (training) hèèt het uithoudingsvermogen 'op den duur vergroot zoude worden; höögsteris maakt het geschikt om voorloopig... dus voor korten tijd aan" hooggestelde eiscben te voldoen.

Ik ben zoo vrij te durven beweren van mijn jongensjaren af goed uit mijn oogen te hebben gekeken, en tevens, dat ik over een goed geheugen over dit soort feiten beschik; welnu, ik heb opgemerkt, dat de mij bekende jongelieden, voor zoover zij aan opzettelijke lichaamsoefening deden (zooals de voorwerkers bij het turnen, de hardroeiers, hardrijders op schaatsen, fietsende kilometervreters, gewichtheffers enz.) het bijna allen vrij spoedig hebben afgelegd; E zij stierven ai te vroeg, óf het werden oude sokken of sukkelaars s 0 lang voor hun tijd. Ik ben er dan ook zeker van, dat deze ervaring in het groot bevestigd zal worden zoodra er door geneesneeren en » sportbevorderaars besloten wordt, gezamenlijk een enquête in te

van sport hebben uitgemunt.

ij^ÖÈStPsertijd moet er dan gelet worden op hunne nakomelingschap, want in mijn eigen praktijk meen ik opgemerkt te hebben,' dat door al dat uitputtende gezwoeg, de .potentie" volstrekt niet bevorderd wordt. Dierenfokkers zullen zich hierover volstrekt niet verbazen, maar de heeren sportredacteuren hebben dat klaarblijkelijk wél gedaan toen ik er in 1915 hunne aandacht op vestigde; onder elkaar bebben zij er naar eigen bekentenis om .gebruld" en .gegrinnikt"; en in hunne bladen hebben zij er moppen over getapt in proza en zelfs in poëzie 1 Dat is mijns inziens niet de manier om ernstige kwesties op te lossen!

Van harte hoop ik, dat zij op bovenstaande uitdaging (bet instellen van een enquête) zullen durven ingaan; zij biedt hun de beste gelegenheid om mij in alle opzichten wetenschappelijk te weerleggen, ten minste . .... als ik ongelijk heb. ^M

Sluiten