Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stemmen drongen aan: in hun akkoorden waren de oude krenkingen verstomd; een nieuwe haat bruiste op door hunne woorden, maar tot hèm gleed een wijze, teergemond.

en mild, liefkoozende met zachte warme wellen zijn starre, haast-versteende leed: hij voelde zich gekoesterd in de armen Van de liefde die kameraadschap heet.

STEM UIT HET KOOR.

In de helle kleurige vanen

die zijn hart heeft geliefd en gewild,

wikkelt hem tot het rood hunner banen

het rood zijner wonden stilt.

DE JONGELING.

Twintig eeuwen van knechtschap hadden hun stinkende

moer opgehoopt in zijn bloed:

Socialisme streek over hem met haar blinkende

vlerke' en zijn lafheid werd moed;

socialisme heeft hem gansch gereinigd:

er is geen wonder, dat zij niet doet.

In hem ontbloeide het blijdste wonder: de mensch die zich in den knecht opricht: hij kende zich een makker onder makkers, en hij zag uw licht "•' *•

Toekomst, en wist zich een van velen die houwen uw beeld in 't blok van den tijd; hij voelde een wind langs zijn wangen spelen vol geur van komende heerlijkheid.

Kameraadschap — dat geluk heeft hij begrepen. Bevrijding door strijd — de schoonheid doorleefd:

Sluiten