Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN JONG ARBEIDER (treedt naar voren en blijft bij

de baar staan). O zusters, ik wil u spreken van haar en zeggen wat zij is geweest: onze zielen strengelden zich in elkaar als gedachten van éénen geest.

Uit één bron dronken wij; maar ik aarzelend, zij kende geen twijfel, geen vrees, en mijn zwakheid schreit naar haar nabijheid als naar zijn moeder een wees.

Maar ik wil verhalen van het uitstralen harer liefde in onzen drang:

zacht ruische neder, zacht omwikk'le haar teeder lichaam een wolk van gezang.

Niet eene der onzen geboren waar 't gonzen der zorgen de ooren vult,

maar in weelde-zalen, waar genot met zijn stralen alle uren der jeugd verguldt,

daalde zij, uit ivoren gekartelde toren tot het bittere worstelperk:

„Broeders neemt mij aan tot een zuster voortaan, ik ben jong en mijn hart is sterk".

Vanaf dat zilver uur heeft haar ziel als een vuur onze kille gewelven doorgloord, heeft haar vrouwekracht moederlijk en zacht ons jongen en ouden geschoord.

Haar gestalte was rank als een popel, en blank scheen haar huid heen door 't fijne gewaad; in donk'ren mannenkring Stond ze, een fonkeling van de schoonheid die ons nog versmaadt,

Sluiten