Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met ons zij hun hart. Zweert bij de aarde, makkers, zweert bij de groote moeder trouw.

EEN STEM UIT HET KOOR (een vrouw). Bij de zacht-gelende oogsten die gij draagt, bij de golvende zee van ruischend koren en de graszee, wieg'lend in zomerwind, —

EEN TWEEDE STEM (een vrouw).

bij de staatge wouden uw heuv'len kronend,

bij uw bergtoppen waar de stilte troont,

bij uw macht'ge opengereten flanken

waar het goud flikkert en flonk'ren de steenen

verborgen in uw schaal, als in de diepte

des schedels, fonk'lende gedachte woont, —

EEN DERDE STEM (een vrouw). bij uw eigene schoonheid, bij dit weten strepend onze donkerste uren met licht; 't weten hoe wij eenmaal u zullen nemen; in onzen arm, aarde, gelijk een bruid; —

DE TWEEDE STEM. zweren wij op uw bergen, in uw dalen, moeder,, als in een dichte rozelaar onbekommerd door 't woeden van de stormen voor vrijheid te bouwen veel warme nesten waar zachte broederschap wordt uitgebroeid. EEN ANDERE STEM (een jongeling). Wij die zoolang ons voelden de onterfden van al uw zachtheid, die voor de eerste maal aan deze uiterste grens van dood en leven zagen een korten lach op uw gelaat;

EEN ANDER JONGELING.

die voelen wellen door ^>ns hart den drang,

Sluiten