Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onzen Minister : Onze Minister, met de uitvoering van deze wet belast.

Art. 2. Onder Nederlanders worden in deze wet begrepen Nederlandsche onderdanen ingevolge de wet van 10 Februari 1910 (Staatsblad n°. 55).

ArJ. 3. Onder echtgenoot wordt in deze wet verstaan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot.

Middelen.

Art. 4. 1. De middelen voor de dekking der krachtens deze wet uit te keeren renten, met uitzondering van de renten, bedoeld bij de artikelen 28 en 37, en der uitkearingen bij overlijden worden gevonden door het heffen van premiën van dé verzekerden en door een door het Rijk te verleenen bijdrage, waarvan de duur en het bedrag nader bij de wet zullen worden vastgesteld.

2. De middelen voor de dekking der uit te keeren renten»., bedoeld bij de artikelen 28 en 37, worden gevonden door eene jaarlijksche bijdrage van het Rijk gedurende 30 jaren van 17,700,000 gulden.

3. De uit deze wet voortvloeiende administratiekosten komen ten laste van b,et Rijk. De wijze waarop deze kosten worden vastgesteld en begroot wordt door Ons geregeld.

4. De storting der Rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, heeft voor het eerst plaats in Januari 1920 en verder jaarlijks in dezelfde maand.

5. Het Rijk schiet aan het Ouderdomsfonds de gelden voor, noodig voor de uitgaven Van het fonds, aoolang dat fonds geen voldoende middelen beiritV

6. De krachtens het voorgaande lid voorgeschoten gelden worden met de renten, berekend tegen vijf ten honderd 's jaars, verrekend met de Rijksbijdrage

Sluiten