Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. In dat geval gaat de rente in op den dag van de indiening der op de veranderde omstandigheden gegronde aanvraag.

Opschorting beslissing.

Art. 34. 1. Zoolang op eene aanvraag om rente ingevolge artikel 370 der Invaliditeitswet niet onherroepelijk is beslist, wordt op eene aanvrage om rente ingevolge deze wet geen beslissing genomen.

2. Hij, die den leeftijd van 70 jaar heeft bereikt in het tijdvak liggende tusschen 3 December 1918 en 3 December 1919 heeft de keuze om of een rente aan te vragen als bedoeld in artikel 28 dezer wet of als bedoeld in artikel 370 aer Invaliditeitswet.

3. Indien hij een rente als bedoeld in artikel 28 heeft aangevraagd, wordt hij geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op rente ingevolge artikel 370 der Invaliditeitswet en wordt een 'rente ingevolge dat artikel niet meer toegekend.

4. Het bovenstaande vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tót eene uitkeering als in artikel 28 bedoeld.

Art. 35. De artikelen 14,15,16,17 en 23 zijn op de renten bedoeld in de artikelen 25, 26 en 28 van toepassing. Artikel' 13 is van toepassing op de renten, bedoeld in artikel 25.

Art. 36. Artikel 169 der Invaliditeitswet vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de renten, bedoeld in de artikelen 26 en 28 dezer wet.

Art. 169 der Invaliditeitswet luidt:

Veroordeelde.

Art. 169. (1) Den rentetrekker, die is veroordeeld tot gevangenisstraf van drie maanden tot hechtenis van drie maanden, tot plaatsing in een tuchtschool voor den tijd van drie maanden, tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting

Sluiten