Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nieuwe opleiding moet ons de vrouwen en de mannen brengen, wier arbeid in de school gedragen wordt door een hooggestemd idealisme. Niet het idealisme van den droomer, wiens blauwe idealen alle contact met de wereld der dingen missen, maar het idealisme van hem, die nuchter ziende de concrete dingen der werkelijkheid, kent en gevoelt de beteekenis van zijn werk, die dat werk met vreugde verricht omdat het mooi werk is en wiens tijd en krachten geheel in dienst van dat werk worden gesteld.

De nieuwe opleiding zal zeer geaccentueerd bij de onderwijzers der naaste toekomst aan te brengen hebben het inzicht van de hoogheid van hun beroep, van de verantwoordelijkheid voor hun klasse, hun school.

Onderwijs geven, ook aan jonge kinderen — misschien moeten we zeggen: vooral aan jonge kinderen — is een moeilijk werk; de vele mislukten op dit gebied kunnen het op alleszins voldoende wijze demonstreeren. Het is een arbeid, die, indien hij naar den eisch wordt verricht, niet alleen veel physieke inspanning, veel toewijding, veel hart vraagt, maar ook een klaarte van geest, een helderheid van inzicht, een juistheid en nauwkeurigheid van weten, — allemaal zaken, die behalve door aanleg, slechts verkregen kunnen worden langs den weg eener zorgzame vorming, een vorming, die zich van haar eigen beteekenis bewust is.

Bij die vorming mag niet uit het oog worden verloren, dat de onderwijzer volgens de nieuwe wet niet meer de hoofdaktepeuteraar van gisteren, dat hij niet meer zijn zal de rariteitenweter, dat hij in algemeene kennis en ontwikkeling gelijk zal staan met anderen, die evenals hij een geestelijk beroep uitoefenen. Zijn invloed zal groeien nu hij als mensch zijn intrede in de maatschappij doet. Hij kan, meer nog dan tot heden, de krachtige helper zijn voor elke beweging, die zich verlichting en verheldering van denkbeelden op welk gebied ook voorstelt. Juist doordat zijn arbeid ook noodig is op de allerkleinste plaatsen, is de opleiding van den onderwijzer een zaak van beteekenis niet alleen voor de school, maar voor het geheele volksleven, vooral ten plattelande. Wij denken hierbij aan de zich steeds uitbreidende lichamelijke oefening, — aan de toenemende zucht naar kennis en het streven om die kennis, gepopulariseerd te brengen onder het bereik van iedereen, — aan de organisatie van cursussen voor vakonderwijs — aan het samenstellen van volksbibliotheken, het oprichten

Sluiten