Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudig lijnteekenen op de teekenles en het behandelen der projectie's en doorsneden iets gegeven; zooveel als noodig is om een werkteekening te lezen en te kunnen begrijpen hoe een eenvoudige teekening in een cosmographie-leerboek bijv. wordt ontworpen.

Een aparte bespreking eischt de rekenkunde en het practisch rekenen. Dit laatste vak in den vorm, waarin het tegenwoordig bestaat, cliënt geheel en al te verdwijnen, omdat het voor de wiskundige ontwikkeling niet alleen overbodig maar zelfs schadelijk is en tot dusver tot overmaat van ramp een zee van tijd in beslag nam. Overbodig is het, omdat het, ofschoon het practisch rekenen heet, in de hoogste mate onpractisch is — met de practijk van het leven heeft het niets uit te staan — en veel meer den naam „onpractisch rekenen" verdiende. Toegegeven, dat het eenige waarde heeft als scholing voor het logisch denken — wat intusschen ook zeer goed bestreden kan worden — dan toch is er stof te over in de andere gebieden der wiskunde te vinden, die hetzelfde doet en bovendien groote waarde voor de verdere wiskundige ontwikkeling heeft, wat met het „onpractisch" rekenen absoluut niet het geval is. Het dient dus onmiddellijk te verdwijnen. — Misschien kan het goed zijn in de eerste klasse enkele eenvoudige dingen uit het werkelijke practische rekenen te houden: postdienst, hypotheek, effecten (?), maar vooral moet men hierin niet te ver gaan, omdat men op de kweekschool geen handelsrekenen moet onderwijzen. Op een cursus kan dat gebeuren voor degenen, die voor de akte U studeeren.

Ook de rekenkunde dient zeer beperkt. Tot dusver heeft de studie van de rekenkunde de andere wiskundige studie geheel overwoekerd. Dat mag niet meer gebeuren. Tenslotte is de rekenkunde een klein onderdeel van de wiskunde en nu juist niet dat gedeelte, wat den leerlingen den weg wijst naar de kern der moderne wiskunde — de differentiaal- en integraal-rekening. De rekenkunde is een inleiding op het zeer speciale en zeer moeilijke gedeelte der wiskunde : de getallentheorie. Hier liggen de interessante gedeelten, maar die worden met den onderwijzer slechts even aangeroerd en die hebben voor hem weinig waarde : b.v. de bijzonderheden van de theorie der deelbaarheid (stelling van Euler en Fermat, enz.) Dit alles moet wegblijven. De rekenkunde wordt alleen behandeld, voor zoover deze noodig is als inleiding op de algebra — en dat kan zeer weinig zijn — en voor zoover

Sluiten