Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Uloleerlingen eerst zeer langzaamaan verdwijnen, wanneer natuurkundig beter onderlegde krachten aan deze scholen zullen werken. Bij het onderwijs in de natuurkunde heeft dus het experiment op den voorgrond te staan — de aanstaande kweekscholen dienen dan ook goed toegerust te zijn, wat het instrumentarium betreft, want men houde goed voor oogen, dat een onderwijs in de physica zonder proeven geen natuurkunde-onderwijs is. De wiskunde mag dus niet op den voorgrond staan, al is het zeer zeker waar, dat niet zooals tegenwoordig alle wiskunde geschuwd moet worden : de eenvoudige formules, en alle formules in de physica zijn eenvoudig, de sinus, cosinus en tangens functie dienen onmiddellijk te worden gebruikt. Met verschillende opvattingen, die tegenwoordig het physica-onderwijs van den onderwijzer kenmerken, dient te worden gebroken. Söh'ffy

1°. Het onderwijs mag zich niet beperken tot een paar van de groote onderafdeelingen, maar de hoofdzaken van de geheele natuurkunde dienen te worden behandeld, vooral ook de electriciteitsleer;

2°. Een eenvoudige mechanica mag niet achterwege blijven;

3°. Alleen de grondprincipes worden behandeld en men verdoet niet zijn tijd aan in bijzonderheden afdalendefinessen en examenslimmigheidjes;

4°. Oude en verouderde dingen blijven achterwege.

Om te voldoen aan den tweeden eisch, dient voor de leerlingen het practisch werk in de physica te worden ingevoerd.

3. Plant- en dierkunde. Wat de plant-, en dierkunde betreft, dit vak kan men, zooals alle beschrijvende vakken, ad libitum uitbreiden, het eene is niet moeilijker dan het andere, interessant is ten slotte alles, groot verschil in belangrijkheid is er niet: of ik de vogels bespreek of de visschen, maakt weinig verschil. Wanneer uitbreiding ad libitum mogelijk is, dan is ook inkrimping mogelijk. Hiermede kan men dan ook zoover gaan, dat alleen de groote algemeene gezichtspunten overblijven. Bij de vooropleiding zijn de bouw van het menschelijk lichaam, de voornaamste planten en dieren reeds besproken. Algemeene onderwerpen als algemeene biologie, methode der plantenbeschrijving, erfelijkheidsleer, Darwinisme, mutatietheorie, natuursport, bespreking van de bronnen, waaruit de onderwijzer voor de lagere school zijn stof moet putten, kunnen nu behandeld worden.

Sluiten