Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het programma van toelating tot de Opleidingsschool zou kunnen luiden als volgt:

Lezen. Het behoorlijk lezen met beschaafde uitspraak van een niet te moeilijk stuk proza of poëzie.

Schrijven. Het schrijven van een goede, duidelijke hand, ook blijkende uit het schriftelijke werk.

Ned. Taal. Kennis van de hoofdzaken der Nederlandsche spraakkunst. Schrijven zonder grove taalfouten. Eenige vaardigheid in het mondeling en schriftelijk uitdrukken der gedachten, het laatste blijkende uit een opstel en uit eene vertaling uit de vreemde taal in het Nederlandsch.

Rekenen. Eenvoudige bewerkingen met geheele en gebroken getallen, toegepast op vraagstukken uit het practisch leven. (Een goede algebraïsche oplossing wordt niet voldoende gewaardeerd.)

Kennis der Natuur. Voornaamste eigenschappen van vaste lichamen, vloeistoffen en gassen. Voornaamste verschijnselen op het gebied der warmte.

Eenige kennis van den bouw en het leven der voornaamste inlandsche gewervelde dieren.

Eenige bekendheid met in Nederland algemeen voorkomende planten en het determineeren daarvan.

Zingen. Eenige aanleg voor en bekendheid met den zang, blijkende uit het behoorlijk zingen van een lied. Kennis van cijfer- of notenschrift.

Teekenen. Het teekenen naar de natuur van een eenvoudig voorwerp.

Fransch öf Duitsch öf Engelsch (naar keuze van de opleidingsschool.) Het kunnen lezen en verstaan van een eenvoudig stuk proza of poëzie. Het leveren van eene vertaling uit de vreemde taal in het Nederlandsch.

Sluiten