Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is zeer zeker niet het geval. Een afzonderlijke akte voor hoofdonderwijzeres, te verkrijgen bij afzonderlijk examen, zal moeten worden ingesteld, omdat de capaciteiten en de graad van rijpheid voor dien rang noodig, niet mogen vereischt worden van de candidaten voor akte A.

In het ontwerp-wet op het Bewaarschoolonderwijs wordt dan ook een afzonderlijke hoofdakte voorgesteld ; om die hoofdakte te verkrijgen zal een examen moeten worden afgelegd, dat niet loopt over de voor akte A gevorderde leervakken, maar uitsluitend over theoretische opvoedkunde en practische bekwaamheid. Dit valt te loven, indien beide deelen zeer ernstig worden afgenomen, wat door deugdelijke voorschriften zal moeten worden verzekerd. Dit geldt vooral van het practische gedeelte, omdat de ervaring leert, dat het tamelijk moeilijk is hierbij een behoorlijk verschil in graad tusschen de hoofd- en hulpakte vast te stellen en te handhaven. Het zal noodig zijn de eischen voor het vak opvoedkunde voor de beide examens behoorlijk te differentieeren. Dit geschiedt nu reeds en zal nog veel beter kunnen geschieden wanneer het mondeling examen alleen over dat vak loopt. Want dan is er gelegenheid dit in eenige onderdeelen te splitsen. Als zoodanig zou b.v. het volgende dienst kunnen doen :

a. de hoofdpunten van de geschiedenis der paedagogiek sinds Rousseau.

b. Meer in het bijzonder kennis van het leven en de denkbeelden van Fröbel.

c. Kennis van een ander, nieuwer systeem — b.v. Montessori — ter keuze van de candidate.

d. Eenige hoofdpunten uit de kinderpsychologie (paedologie), meer bijzonderlijk van het kind tusschen 3 en 7 jaar.

e. Hoofdpunten der geschiedenis van de bewaarschool, hoofdzakelijk in Nederland.

ƒ. Inrichting en bestuur eener bewaarschool. Kennis der wettelijke eischen.

g. Schoolhygiëne, meer bepaaldelijk voor de bewaarschool.

Al deze punten zouden dan niet op het examen voor akte A gevraagd dienen te worden, waaruit zou volgen, dat ook het laatstgenoemde vak in art. 151 alinea 2, in de uitwerking zeer sober zou moeten worden omschreven en het daarvoor genoemde „gezondheidsleer en verbandleer" wel onder-

Sluiten