Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

folio's uit het 4<>« boek der Dialogen laat voorlezen, alvorens zyn visioen aan de hem omringende monniken mede te deelen.

Na Gregorius worden de visioenen minder zeldzaam en in de 8ste eeuw wordt de oogst reeds tamelijk aanzienlek. De eerste die de stof weer behandelt, is Beda Venerabilis in zijn Historia Bedesiastica. Hij deelt ons niet minder dan 3 gevallen mede, waarin , het. stervelingen gegeven werd, aan de zondige wereld hare kastijdingen of belooningen te openbaren. Het belangrijkste der drie is zeker wel het Visioen van Brühelm, dat zoo nauw verwant is met Tondalus' visioen, dat het ongetwijfeld mag beschouwd worden als zyn rechtstreeksche bron. Drithelm sterft „infirmitate tactus" (door ziekte getroffen) om den volgenden morgen tot grooten schrik der omstanders weer te ontwaken uitzon schijndood. Onmiddellijk daarop verdeelde hy zyne goederen in drie deelen: één voor zyne vrouw, één voor zyne kinderen, één voor zich zelf, dat hij aanstonds aan de armen gaf, en trok zich daarna terug in een klooster. Daar vertelde hy aan een broeder, van wien Beda het op zijne beurt hoorde, wat hem gedurende den nacht overkomen was: Een persoon, stralend van Ment en in een wit kleed gehuld, geleidde hem. Eerst komen zy in eene breede, diepe vallei, waarin rechts: vreeselijke vlammen, en links: wind, hagel en storm. Als de zielen de hitte niet meer verdragen kunnen, gaan zij in de koude en omgekeerd. Dit is echter de hel nog niet: „non enim hoe infernus est ille quem putas". zy vervolgen hunnen weg en komen in eene duisternis, die zoo dicht en zwart wordt, dat de ziel niéts meer onderscheidt dan den vorm en de klaarheid van het kleed van den gids. Opeens-ziet by bollen van vlammen, die als uit een diepen put opstygen en weer neervallen en waarin tal van zielen opstijgen en neerdalen. Een vreeselijke stank stijgt uit de diepte op en vervult de donkere plaats.'Hier verlaat hem zyn gids en opeens hoort hy achter zich vreeselijk gejammer en gelach, voortkomend van eene menigte kwade geesten, die vyf zielen pijnigen, ze in de duisternis trekken en met hen in den put nederdalen. Onder die zielen herkent hy een monnik, een leek en eene vrouw. Dan stijgen uit den put eenige duivels met

Sluiten