Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digd. Hetgeen buiten de wet, in spijt der wet bestond, wordt opgenomen en bevestigd door de wet. Dit is dus geen terugkomen van dwaling; dit is voortgaan in dwaling; dit is niet verwijderen betgeen men vreest; het is opzoeken hetgeen men ducht. En ziedaar dus juist het verkeerde. Het is een overgangs-middel, maar niet ter verbetering, wel ter verslimmering. En wilt gij er de proef van hebben, Mijne Heeren? Thans hebt gij het nog in uwe hand, of gij de staats-armenzorg geheel wilt verwerpen, ja dan neen. Maar wanneer deze voordragt wet is geworden; als na eenige jaren die onderscheidene bepalingen uitvoering hebben gekregen, zult gij dan nog die keuze hebben? Zult gij dan nog zoo gemakkelijk terug kunnen heeren? immers neen? Dan hebt gij een wettelijk gebouw, en gij kunt dat niet meer afbreken." l)

In denzelfden geest Groen van Pkinstereb, toen hij aldus sprak: „Deze wet noemt men eene wet van overgang? Voorzeker, fraaije wet van overgang; die geen regels stelt door welke langzamerhand het kwaad zou verdwijnen, mapr die opneemt al datgene waardoor het kwaad onderhouden, gevoed, uitgebreid wordt, — eene wet van bevrijding alligt, waardoormen aan vastere ketenen zou worden gelegd".2)

Op Thorbecke's standpunt was diens bestrijding betrekkelijk volkomen begrijpelijk. Let men alleen op de bepalingen der wet, dan krijgt men stellig den indruk, dat onder hare heerschappij de armenzorg in toenemende mate schier geheel in handen van particulieren en de Kerk zou overgaan. Maar anders komt de zaak te staan, indien men eenen blik heeft voor, en let op de krachten, die ter-zake van armenzorg werken in het leven, in der menschen gezindheden; indien men weet, welke krachten in staat zijn en dit ook zijn gebleken om, zonder dat directe inbreuk op eene van de bepalingen der wet gemaakt Werd, desniettemin haar als het ware geheel uit hare voegen te lichten; eene practijk te scheppen, veelszins verschillende van, goeddeels tegenovergesteld aan wat de Regeering, die haar ontwierp, verklaarde te beoogen.

1) T. a. p., bl. 903, Door mjj is gecursiveerd.

2) T. a. p., bl. 809.

Sluiten