Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het algemeen de middelen ontbreken voor hun levensonderhoud ;

b. De zorg voor deze armen behoort zooveel mogelijk overgelaten te worden aan de kerkelijke en bijzondere instellingen van weldadigheid;

c. De kerkelijke en bijzondere instellingen van weldadigheid moeten de noodige middelen om deze zorg naar behooren uit te oefenen, in de eerste plaats ontvangen van hare leden; maar deze middelen zullen steeds meer onvoldoende worden tengevolge eenerzijds van het ook door verbeterde inzichten steeds kostbaarder worden van de armenverzorging, anderzijds van de steeds minder wordende mogelijkheid van het daaraan geëvenredigd offeren van liefdegaven;

d. De oplossing van de hieruit voortkomende moeielijkheden moet niet gezocht worden in onvoldoende voorziening in de nooden der armen, noch in het bevorderen van de meervoudige ondersteuning, noch in beperking van het terrein der instellingen door de armen zooveel mogehjk over te laten hetzij aan de burgerlijke armenzorg, hetzij aan instellingen voor speciale vormen van hulpverleening;

e. Door subsidieering moet de overheid, zoo noodig, de kerkelijke en particuliere instellingen van weldadigheid in staat stellen de armen te verzorgen op de wijze als door het publiek belang gevorderd wordt; die subeidieering behoort geregeld te worden naar de mate der maatschappelijke belangen, die bij het werk van elke instelling betrokken zijn, en in evenredigheid met het bedrag dat elke instelling ontvangt door de particuliere offervaardigheid;

ƒ. De subsidie behoort gegeven te worden door de gemeente. Het Rijk behoort een deel daarvan aan de gemeente te vergoeden.

Ad o. Hét voorschrift van art. 195 der Grondwet: „Het „armbestuur is een onderwerp van aanhoudende zorg der „Regeering", moge tot verschil van opvatting aanleiding hebben gegeven bij de wettelijke regeling van het armbestuur, men mag het toch hierover wel eens zijn, dat bij het verdiepen en groeien van de kennis van de maatschappij en

Sluiten