Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de maatschappelijke orde kunnen voortvloeien. Men mag wel concludeeren tot het betrekken van het publiek belang bij een goede verzorging van alle armen, afgezien van de oorzaken hunner armoede. Niemand meer heeft vrede bij eene kortzichtige armenverzorging, die zich vergenoegt met het geven van aalmoezen, maar ieders doel ligt in de richting van het maatschappelijk en moreel weder op de been helpen van onze ongelukkige medeleden der maatschappij, die zonder onze hulp niet verder kunnen.

De onderscheiding door den heer Van Kerkhof in het Tijdschrift voor Armenzorg en Kinderbescherming van 1 Maart 1919 gemaakt tusschen armenzorg en weldadigheid, als herinnerende aan den individueelen plicht tot het brengen van een persoonlijk of geldelijk offer, en maatschappelijk hulpbetoon, dat niet meer dan een besef van de collectieve verantwoordelijkheid* voor het welzijn van de onvermogende bevolkingsklassen zou wekken, kan hier niet tot een gesplitste hulpverleening leiden. Zoo wordt dan ook in het Maandblad voor Kerkelijke Armenzorg van Februari 1919 de meening van een diaken der Gereformeerde Kerk, dat een diaconaal bureau voor arbeidsbemiddeling uit principieel-diaconaal oogpunt is af te keuren, omdat arbeidsbemiddeling ligt op het gebied van het maatschappelijke, door een der redacteuren bestreden met het betoog, dat bedoeld bureau niet anders is dan de organisatie van verspreide pogingen, reeds vroeger door ieder diaken individueel gedaan en dat een diaken, die door zijn bemiddelend optreden de oorzaak wordt, dat een behoeftige de hulp der diaconie geheel of gedeeltelijk kan ontberen, meer barmhartigheid verricht, dan een diaken die dit als verboden terrein zou beschouwen en zich verplicht acht door te gaan met uitreiking van gaven.

Er is hier een samenvloeien van de taak van de kerkelijke en particuliere instellingen van weldadigheid en die van de overheid.

In het algemeen blijkt waar, wat Thorbecke in 1854 opmerkte om de overheidszorg te verdedigen, dat de maatschappelijke zorg voor de meest behoevende klassen niet te scheiden is van de armenzorg.

Sluiten