Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand tegenspraak ontmoeten. Ware het mogelijk, dan zou die offervaardigheid de middelen moeten verschaffen voor de armenzorg in haren geheelen omvang.

Maar wanneer die middelen meer en meer onvoldoende blijken, mag dit niet dadelijk doen besluiten tot een zoodanig gebrek aan belangstelling en offervaardigheid, dat de instellingen van hare taak zouden moeten worden ontheven.

Immers, terwijl eenerzijds de armenzorg steeds meer geld vordert, wordt anderzijds de mogelijkheid tot het steeds meer opbrengen van liefdegaven voortdurend minder.

Hoe meer de armenzorg op oordeelkundige wijze wordt uitgeoefend, hoe verder zij zich uitstrekt tot hen die werkelijk hulp behoeven, des te meer stijgen de uitgaven.

Vele categorieën van armen (men denke b.v. aan de jeugdige personen wier toekomst kan afhangen van de hulp en de leiding, die zij behoeven) moeten nu de noodige zorg ontberen, omdat den instellingen, van wie zij den besten steun konden ontvangen, de noodige middelen ontbreken. Hoeveel „stille armen" moeten verstoken blijven van de noodige zorg voor hunne sociale opheffing, omdat de middelen, die er zijn, moeten aangewend worden tot leniging van den oogenblikkelijken nood van de „paupers".

Met dat al breken, zooals hierboven is uiteengezet, bij de armbesturen de betere inzichten omtrent de armenzorg baan en gevoelen zij de noodzakelijkheid, den bedeelingsarbeid, waarmede men vroeger wel genoegen meende te kunnen nemen, om te zetten in een maatschappelijk hulpbetoon, dat de voorwerpen hunner barmhartigheid, die door den stroom der ellende dreigen te worden medegesleurd, weder op vasten bodem moet plaatsen en tot een voortgaan op den weg des levens in staat moet stellen. Maar deze sociale voorzorg, die, nevens de instellingen voor speciale noodvoorzieningen, op de armbesturen moet blijven rusten, vordert steeds meer kosten.

Intusschen moeten de armbesturen lijden onder de steeds grooter wordende moeilijkheid tot het storten van liefdegaven.

De waar te nemen verschuiving van inkomsten, waarop Dr. Ch. A. van Manen in haar boek (zie bladz. 133) wijst,

Sluiten