Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal hier ook wel niet zonder invloed zijn. „Voor de armenzorg is zij," zegt de schrijfster, „van de hoogste beteekenis, „eenerzijds wordt de onderste klasse 'oeconomisch op een „hoogeren trap verheven, anderzijds zal het aantal bijdragen „der welgestelden eene vermindering ondergaan, terwijl toch „alle waarschijnlijkheid bestaat, dat op hunne liefdadigheid „een sterker beroep gedaan zal moeten worden."

Dat de gevolgen hiervan zich vooral plaatselijk zeer sterk zullen .kunnen doen gevoelen, springt in het oog, wanneer men bedenkt, dat het toenemend beroep op de draagkracht en de vermindering van de koopkracht de welgestelden van de groote steden naar het platteland doen verhuizen en de groote steden overvoerd worden met werkkrachten, bepaaldelijk ook ongeschoolde, van het platteland, toekomstige patiënten der armbesturen.

Ik wil in het algemeen niet veroordeelen het belasten van de ingezetenen voor de uitgaven, die voor de publieke huishouding noodig zijn, en veroordeel zeker de wel voorkomende geneigdheid om de noodige besparing het eerst op de uitgaven voor liefdadigheid te zoeken, maar als feit mógen en moeten wij aannemen, dat voor velen, die gaarne hun aandeel dragen in de kosten van de kerk of de corporatie, waartoe zij behooren, de grens van de mogelijke .uitgaven door den loop der dingen bereikt is.

Toen in 1918 bij het bespreken der meervoudige ondersteuning op de jaarvergadering ook de ontoereikendheid van de middelen der kerkelijke en particuliere instellingen als een der oorzaken daarvan werd aangewezen en de prae-adviseurs gewezen hadden op de noodzakelijkheid om meer belangstelling te wekken in den eigen kring van elke instelling, zoodat meer steun voor het werk werd gevonden, vroeg dé heer Hansma niet ten onrechte of dit mogelijk was. Hij geloofde „dat dit meer als een illusie moet worden beschouwd. „Steeds wordt er meer geld gevraagd voor burgerlijke instellingen, steeds moet er meer belasting betaald worden voor „de uitvoering van de sociale wetten en onder deze omstandig„heden moet zeker de liefdadigheidszin lijden. Men kan toch „ook wel aannemen, dat thans reeds iedere instelling haar

Sluiten