Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de eerste plaats zal de sociale verzekering, en ik bedoel hier in het bijzonder de ziekte-, ongevallen-, ouderdoms- en invaliditeitsverzekering, eene behoorlijke uitkeering moeten waarborgen aan degenen, die werkzaam zijnde op het uitgebreide arbeidsveld der maatschappij, door een der genoemde kwade kansen wordt getroffen.

Daarbij zal rekening dienen te worden gehouden met de grootte van het gezin van den getroffene, zoodat de uitkeering evenals zulks het geval dient te zijn met het loon, rekening houdt met een menschwaardig bestaan; naast het familieloon eischt onze tijd een familieuitkeering uit de sociale verzekering, als de kostwinner lichamelijk ongeschikt wordt om het familieloon door arbeid te verdienen. Zoodoende wordt niet alleen recht gedaan aan de aanspraken, die de arbeider bij de verdeeling der opbrengst van het product kan doen géiden, doch evenzeer verheft het den staat en zijne armenzorg, welke laatste op een hooger voetstuk wordt geplaatst. Want het goed dat de sociale verzekering onthoudt aan den arbeider, die op eigen beenen staat, zal door de armenzorg met honderdvoudigen intrest aan denzelfden arbeider moeten worden terugbetaald als hij. hulpbehoevend wordt.

Op de tweede plaats gaat de armenzorg niet vrij uit.

Zoolang en in zooverre de sociale verzekering niet een voldoende uitkeering voor levensonderhoud verschaft aan de zooeven genoemde categorieën van arbeiders, zal de georganiseerde armenzorg moeten bijspringen, indien de uitkeering althans niet uit eigen middelen of door familieleden voldoende wordt aangevuld.

Onze overtuiging is, dat in vele — ja zelfs in zeer vele — gemeenten van ons land de hulp welke deze categorie van armlastigen van de armenzorg ontvangt, onvoldoende is, zoodat een groot deel van de indirecte oorzaken der bedelarij moet worden geboekt ten laste van onvoldoende en gebrekkige armenzorg.

De oude lieden die bedelen zijn niet gering in aantal.

Op de eerste plaats treft hier schuld de kinderen, voor zooverre als zij in staat zijn de helpende hand te- bieden. In het leven wordt echter het spreekwoord maar al te zeer bewaar-

Sluiten