Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche zeewezen van belang kon zijn, kennis te nemen, en dat ook te Parijs veel te vinden moest wezen, sprak vanzelve. Ik heb in de plaatsen die ik noemde doen overschrijven wat mij voor het onderwerp van gewicht scheen, onverschillig of het al of niet op de Ruyter in het bijzonder betrekking had. Ik vermeed, in mijne verzameling stukken op te nemen die hetzij in goede uitgaven toegankelijk zijn 1), hetzij ook in Nederlandsche archieven worden aan getroffen 2).

De Oommissie voor 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën bleek van oordeel, dat nu het de Ruyter-fonds zich niet met de uitgave van bronnenmateriaal belast, zij aelve maatregelen treffen kon ten einde te verzekeren dat het gebruik mijner verzameling ook aan anderen zou openstaan. Zij beval, bij advies van 18 Oct. 1917,

1) Eeae uitzondering maakte ik voor Hans Svendsen's journaal, om de reden vermeld hierachter, bl. 356 noot. — N°. 41 had strikt genomen kunnen wegblijven, daar het origineel in facsimile gereproduceerd is bij De Jonge II1 tegenover bl. 366. Dit origineel schijnt bij den Marine-brand te zijn verloren gegaan; ik heb het althans niet kunnen terugvinden. Achter „bijgevoecht werden" volgt in het origineel eene dateering: „Vlissingen den 21 Junij 1653." — Ook n°. 96 had kunnen wegblijven, als zijnde uitgegeven bij Japikse, Verwikkelingen p. LUX — In R. O., Foreign, Printed Papers, Holland 7, trok mijn aandacht een „Lettre aux Hollandois; Virelay" (A vous, marchands de fromage...) par M. P., Paris chez André Cramoisy, me de la Vieille Boucherie, au sacrifice d'Abraham, 1672 (de titel is ook verkort vermeld door Brugmans in zijn Archivalia-Engeland bl. 143), die ik aanvankelijk had willen opnemen; ik heb dit nagelaten daar dit geen onbekend stuk, doch een werk van Lafontaine bleek te zijn, in verschillende uitgaven van diens gedichten opgenomen, o. a. in die van Régnier, Vin, 431.

2) Zoo komt b.v. bij eene dépêche van den Zweedschen gezant Harald Appelboom van 18 Juni 1666 (Riksarkivet Stockholm, Hollandica) afschrift voor van een brief van kapitein Jacob Adriaensz. Swart uit het schip Deventer liggende ten anker voor het Goereesche gat, 13 Juni 1666, aan Johan de Witt, over den eersten dag van den vierdaagschen zeeslag; ik heb dit stuk echter niet afgedrukt daar het origineel voorkomt onder de papieren van de Witt in het Rij ksarchief. Bij dezelfde dépêche van Appelboom komt afschrift voor van een brief van Cornelis Tromp aan de StatenGeneraal vanl4 Juni 1666 uit het schip Utrecht „ontrent halver zee tusschen Goeree en de reviere van Londen"; het origineel bevindt zich in het archief der StatenGeneraal, lias Admiraliteit. — In de Bodleian Library te Oxford, ms. d'Orville X 1—2—19 n°. 57, komt voor het origineel van een brief van Johan de Witt aan de Ruyter van 15 Juni 1666; de Ruyter schrijft er onder: „ontfangen den 17 'a avons." Het de Ruyter-archief heeft een duplicaat; ook komt de minuut voor bij do Witt. — Britsch Museum, Additional 24212, bevat het origineel van een brief van de Ruyter aan de admiraliteit van Zeeland van 18 Juli 1672; afschrift komt voorin de Ruyter's archief. — Dit lijstje zou met veel voorbeelden zijn te vermeerderen; ik heb mij stelselmatig onthouden van het opnemen van stukken die ook in Nederlandsche archieven voorkomen, om eventueel te vormen plannen tot het uitgeven van Nederlandsch materiaal tot de geschiedenis onzer zeeoorlogen niet te doorkruisen.

Sluiten