Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierachter, bl. 296 *l) — Ik vermoed in dezen schrijver John Nisbett, een Engelsch koopman te Rotterdam 2).

Hand C. — Engelsch. — Schrgft 17 Juli 1666 oit Amsterdam, 17 April 1666 uit den Haag, 20 April 1666 uit een niet aangegeven plaats, 15 Juni 1666 uit den Haag, 2 Juli 1666 uit Amsterdam 3).

1) De persoon die hem betaalde was 's Konings agent te Amsterdam, Sir William Davidson, die zelfs nog een vol jaar langer dan Downing in het land is gebleven (vgL over hem het artikel van W. del Court in B. V. O. vierde reeks V, 876, waar men een dertigtal brieven vindt, tusschen 1861 en 1671 door hem aan Lauderdale, Williamson en Arlington geschreven; reeds in 1663 en 1654 komt hij voor als „the Scotch merchant in Amsterdam", bekend loyalist: zie de registers op Thurloe I en LT). R. O., Holland 180 bevat de rekening van Davidson's secrete uitgaven over Maart—October 1666, ingediend aan Joseph Williamson; het bedrag is ƒ 916—10v uit* gekeerd o.a. aan John Nisbett te Rotterdam, aan zekeren John Wright (over wien men zie Calendar 1666—1667, bl. 146) en aan van Ruyven. Deze laatste komt er op voor met den volgenden post: „June 5 paid to D. van Ruyven according to your order for linning send to you about 2 years agoe, ƒ 110." Van Ruyven verzekert in een request van Mei 1867 aan Karei II, dat deze hem in 1661 £200 's jaars had toegezegd {Calendar 1667 p. 137); inderdaad werden bij de huiszoeking, door den Amsterdamschen hoofdofficier Reynst 18 Sept. 1666 ten huize van Davidson verricht, behalve eene quitantie voor het bovengenoemde bedrag van 110 carolus gulden, geteekend D. van Ruyven 5 Juni 1666, drie quitantiën in beslag genomen, elk voor een bedrag van 100 pond sterling, geteekend Archibal Bacquoy 23 Jan. 1664, 30 Aug. 1664 en 16 Aug. 1665 (blijkens eene daaromtrent door Reynst aan Davidson's huisvrouw Elisabeth Clenck afgegeven verklaring, te vinden in R. O., Holland 181 en uitgegeven door del Court, t. a. p. 401). Deze huiszoeking geschiedde naar aanleiding der aanschrijving van de Witt van 16 Sept. 1666, gedrukt bij Japikse, Brieven van Johan de Witt, Hl, 232; Bacquoy was de naam waarmede van Ruyven zijn brieven naar Engeland placht te onderteekenen. — Van Ruyven ontvluchtte naar Brussel en vandaar naar Engeland, waar hij nog in 1672 woonde (zie ons tweede deel, bl. 136).

Toen de huiszoeking bij hem plaats had, bevond Davidson zich niet meer te Amsterdam; hij was zich daar onveilig gaan voelen en was 8 Aug. 1666 te Dover geland, komende van Nieuwpoort (Calendar 1666—1666, bL 588); vgl. del Court t. a. p. 387. Zijn rol van organisateur der berichtgeving uit de Republiek wordt eenigermate overgenomen door den koopman Samuel Tucker te Rotterdam, wiens brieven (in Holland 182—183) in Dec. 1666 beginnen; verschillende er van zijn uitgegeven door Geyl in Bigdr. en Meded. H. G. XXXVIH, 368 w.; vgl. ook Calendar 1667 pp. 399, 437, 451; ook tijdens den oorlog van 1672 komt hij als geheim berichtgever voor. — Wat Davidson aangaat, deze is in December 1666 naar Antwerpen gegaan en na den vrede van Breda naar Amsterdam teruggekeerd; in 1671 schijnt hij het land te hebben verlaten (del Court 391, 409, 424).

2) Zie den brief dien hij (thans met zijn naam onderteekenend) 25 Oct. 1666 uit Londen aan Williamson schrijft {Calendar 1666—1667, bL 198).

3) Wie de man is die bij de Ruyter aan boord komt, hem bevelen der Staten overbrengt, in briefwisseling staat met van Beuningen, met Castelrodrigo, met vrienden van de Witt (hierachter, blL 302, 304) en tegelijk belang stelt in de

Sluiten