Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bl. 304. — „Attques du costé de Brabant." — Der Kinderen, De Republiek en Munster, 378.

Bl. 305. — Nipho. — Zie ook nog Calendar 1666 — 67, pp. 72, 198.

Bl. 320. — Vul de eerste noot aldus aan: „vol. CLVII, n°. 43". Bl. 367. —; „Posted". — Zal wel mislezen zijn voor „parted".

Bl. 440. — „To escape being taken". — Vgl. Japikse, Brieven van Johan de Witt, III, 201.

Bl. 458. — Vóór n°. 294 is nog tusschen te voegen het volgende stuk uit Rijksarchief Stockholm, Hollandica, bijlage bij eene dépêche van Appelboom:

memobib van 't rapport gedaen aen haer Ed. Mng. de Gecommitteerde Raden [ter Admiraliteit van de Mazej den 15 Aug. [1666] 's morgens uyt den naem ende uyt monde van den stuurman Buysert ende Pieter Martensz. ende hunne bootsgesellen Ary Simonsz., Jacob Gosens, Glaes Davidsz., alle tot Delfshaven den 14 Aug. opgecomen.

Eerstelnck sijn s\j beide den 10 Aug. genomen voor de Maas, de twee t'saetuen, van de brandwacht van de Eugelsehe vlote, van capitain Heemskercke; d'eene schuit lieten sy vaaren om eenig goet aen boort te haelen; daarbij comende heeft hij haer beide den 14e deses laeten varen, te weten, voor Sandvoort smorgens ten 6 uyren, uit het schip de Catarijn daerop waren Prins Robbert en Monck, soo sij zeeluiden seggen de twee opperhoofden van de Engelsche vloote, die vrij lang met hun spraken.

Eerstelijck sij wenschten seer om vrede.

Sij seiden 8 a 9 schepen na de bataille lest voorgevallen gedevaliseert nae huys gesouden te hebben, o. a. haer eygen schip mede daer sy in de bataille mede hadden geweest, doch weinig volck verlooren.

Het schip de Catarijn hadde ontrent 700 man op of meer, gemonteert met 82 stukken.

Sij vraagden seer na de Oostindische schepen, waerop de vissersmaats verclaerden niet te weten of daar Oostindische schepen ditjaar souden comen of niet. Dat de twee opperhoofden zeiden de Engelse vloote nu te bestaan in 85 a 86 schepen, wel bemand en wel vaarende,

Sluiten