Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64. JOURNAAL VAN JAN DE HAEN, 1659—1660 -J,

8 Aug. 1659. — '8 Morgens de wind W. Z. W., moy weer. Na vroeg scaffe heeft de Ruyter gepisjaert; gaf ordre om by swaer gevecht malcanderen te seconderen, ende is als volgt:

Mijn Heer de vice admirael de Ruyter sal werden gesecondeert van de capiteyns Isaack Sweers, Jacob van Meeuwen, Hendrick Goossen en Jan de Haen.

Mnn heer commandeur Gideon de Wilt sal werden gesecondeert van de capiteyns Schey, Isbrant d'Vries, Jan Roetering en Allert Matthijssen.

De schout bn' nacht Pieter van Brakel sal werden gesecondeert van de capiteyns Gerbrant Schatter, Jacob Swart van Amsterdam, en Berchem.

Ënde wert by desen belast den commandeur Jan Leenders met sijn brander gestadich sich te onthouden bij den heer vice admirael, voornamentlijck om te sien onder 't faveur van desselfs canon sijn brander wel te besteeden aen een van de principaelste viandts schepen, oft soodanich als de tijt sich sal konnen toedragen.

Doch sal ijder capiteyn gehouden sijn, alle devoir te doen omme den vyant alle mogelijcken afbreucke te doen daer 't mogelyck is, doch altijts wel lettende, ijder sijn hooft wel te secondeeren, om alsse gestadich in goet postuer te blijven, en gesamentlijck als getrouwe dienaers van 't lieve Vaderlandt den anderen te soecken te seconderen soodanich als den tijt en natuer sal comen te vereyschen.

2 Sept. 1659. — Met .vroeg cost quam een galjoot van den admirael Obdam aen den vice-admirael waerop deselve pisjaerden en was ordre gecomen met ons 4 schepen weder by de vloot te comen, alsoo de Ruyter en Jan Evertsen tseyl souden gaen. W\j lieten een sijow *) waijen alsoo onse boot om water aen lant was; quamen 's middags by de vloot ten ancker; sagen aldaer de Sweetee prisen leggen die op den 8 Nov. J658 in de Sont bij de vloot waren verovert: een fluyt met 20 a 24 stueken, verovert by den admirael Obdam; de Roos, verovert by Evert Teunisz.; d'Petticam verovert by capitain Jan van Campen waren van den morgen met eenige schepen alhier gecomen. Tegen den avont gingen wy te seyl met ons twee esquaders: de Ruyter en Jan Evertsen, sterck 23 oorlogschepen en 2 branders; den admirael Obdam bleeff aldaer leggen met 130 seylen.

1) Univ. Bibl. Kopenhagen, Rostgaardske mss. fol. 55.— „Journael van 't Lants oorlogschip Haerlem, daarop gecommandeert capiteyn Jan Jansz. de Haen. A° 1659 in zee gegaen den 20 May."

2) Marineterm uit het Fransch.

Sluiten