Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 Sept. 1659. — Laveerden om voor Lanscroön te comen alsoo daer eenige Sweetse schepen lagen, en viel Jan Evertsens voorsteng over boort. Omtrent Lanscroön comende, lagen de Sweetse schepen binnen de banck, sterck 20 a 24 seylen, was onmogelijck byte comen jseylden daer tusschen Ween en 't landt van Schoonen door na de' Sontquamen 's middags ten anker tusschen Elsenburg *) en Cronenburg op' de banck op 10 vaem, een half canonschoot van de casteelen. De Ruyter pisjaerde; verstonden dat het openbaer oorlog tusschen ons en de Sweet was, cregen ordre alles aan te houden wat wy soude mogen crijgen.

8 Sept. 1659. - Cregen ordre om ons te verspreyden; 6 schepen van Jan Evertsens esquader voor Lanscroön om 't uytloopen van de Sweeden te beletten; wij met ons tween op de banck onder de cust van Zeelandt ■ de resterenden voort in 't vaerwater, om niet te laten passeren, alsmede alle de boots op de brandwacht, een pistoolschoot van de schepen.

9 Sept. 1659. — Voor de middach voeren Brakels en Berchems boots na het lant van Zeelant; wederom comende, hadde ijder een ijser stuck schietende 18 pont ijser uijt het wrack van den vice-admirael Witte Cornehsz. de With gehaelt, dewelcke doot geschoten is, en 't schip gesoncken in de slag tegen de Sweeden op den 8 Nov. 1658.

14 Sept 1659. - Na de middach quam de Ruyter op 't fregat de Munmck, alsmede de brander genaemt de Liefde, bij ons, waer de Ruyter alles het uyt haaien; was van meeninge desen nacht de Sweetse schepen voor Elseneur te verbranden. In de hondenwacht voer de Kuyter, Brakel, onse capiteyn en de Vryes ») aen de brander; hielpen ons en ander volck haer ancker lichten; ging onder seyl alsmede 't tregat de Munnick en eenige sloepen en booten om de brander te assisteren, doch quamen onverrichter saecke weder ten ancker.

5 Maart 1660. - Na de middach kregen ordre om na patria te gaen door de groote sieckte dewelcke op ons schip was 3).

66. JOURNAAL VAN JOHAN VAN BEVEREN, 1659-1660 *).

* Op den 10 November [1659] sijnde Maendach op sente Maerten avond quam met onse vloot, ondert commandement van den heer viceadmirael de Ruyter, dicht onder het stedeken Cartemunde, sijnde een

1) Helsingborg.

2) De kapitein op bl. 112 vermeld. — Vgl. Grove, Journalen 214.

3) Vgl. Grove, Journalen 266. - 18 Maart 1660 was de Haen thuis. Dien dag stierf er nog een, zijnde de 53»* van het schip op deze reis (de oorspronkelijke bemanning was 190 koppen). J

4) K. B Kopenhagen, Ny Kongl. Saml. quarto 1051». - Over dit journaal zie Kernkamp, Zweedsche Archivalia bl. 221. - Eenige passages (hier met een «gemerkt) werden afgedrukt in Kron. H. G. 1857, bl. 63 vv.

8

Sluiten