Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

storm op, zoodat sommige van onze schepen van hun ankers geslagen werden, en een vice-admiraal van onze vloot, voor anker rijdende, zijn galjoen en fokkemast verloor, zoodat hij van de vloot afdreef, en de Ruyter twee galjoten bevel gaf hem naar Holland te geleiden.

Den llden -Juni in den morgen, toen er acht glazen van de dagwachtverloopen waren, kwam onze brandwacht aanzetten met de bloedvlag in top, daar zij de Engelsche vloot bespeurd had. Deze was nog wel twee mijlen van ons af, zoodat wij ze eerst niet konden zien; maar weldra kwamen er elf Engelsche schepen in zicht, die vooruit zeilden op brandwacht. Toen deze onze vloot gewaar werden wendden zij den steven naar hun eigen vloot. Terwijl de kok begon op te dienen kregen wij de Engelsche vloot in 't zicht, maar wij vermoedden niet dat zij ons dien dag zou kunnen naderen, daar de wind contrarie was. Zij laveerde echter tegen den wind op, kwam te ongeveer negen uur in onze nabijheid en ving ons den wind af. Tromp met zijn eskader lag te loevert van de Ruyter. De Engelschen kwamen op Tromp aanzetten, Monk met zijn eskader voorop; de Engelsche vloot was 65 schepen en 10 branders sterk, de Hollandsche 82 schepen en branders. Daar de Engelschen steeds naderbij kwamen moest onze heele vloot het anker kappen en het laten drijven. Monk schoot eerst met los kruit naar Tromp en miste; Tromp heesch de prinsevlag in top en streek ze weer neer, en gaf de volle laag naar stuurboord met dubbel scherp, zoodat Monk moest wenden. Daarop kwam de hertog van York, die de bonte vlag voerde, op Tromp aan; maar Tromp en eveneens mijn kapitein Hendrik Adriaensz. gaven York zoo znn bekomst, dat hij afhield; wij schoten zijn vlag van de steng neer, waarop hij een andere heesch, die wij wederom aan flarden schoten, en zoo zaten wij hem na met ons vieren schepen, namelijk Tromp met de Hollandia, mijn kapitein met de Blauwe Reiger, Pieter Salomonsz. met de Liefde, en de Haen met de Callantsoog. Toen de Engelsche admiraal zag dat wij zoo sterk op hem toe kwamen, zette hij alle zeilen hfl, liep weg en schoot om hulp. Nadat wij hem ongeveer twee glazen vervolgd hadden, kwam de geheele Engelsche vloot op ons vieren aanzetten en omringde ons, zoodat wij zoowel aan stuur- als aan bakboord onze stukken gereed moesten maken; wij laadden ze met dubbel scherp en een ijzeren koevoet, en zoo sloegen wij ons er door; God gaf geluk; wij konden ook de onderste laag gebruiken. De Engelschen die de loef hadden (het blies heel hard) konden de onderste laag niet gebruiken, hetgeen voor ons een groot voordeel was. Toen wij bij onze vloot kwamen liet de Ruyter een wimpel waaien, waaruit een ieder kapitein wist hoe zich te gedragen; daarop ruïneerden wij de Engelsche vloot en verstrooiden haar. Nadat Tromp twee nur in gevecht was geweest, raakten beide zijn fokkemast en zijn groote mast overboord. Een van onze eigen schepen, de Liefde, kapitein Pieter Salomonsz., was daar de oorzaak van. Terwijl de Liefde en de Hollandia dicht bij elkander waren geraakte de Liefde in een zoo sterken stroom dat hij tegen Tromp aandreef; kapitein Pieter Salomonsz. was daar zelf schuld van, daar hij geen zeil minderde. Op hetzelfde oogenblik dat deze twee schepen elkander aan boord lagen kwam de Engelsche vice admiraal Berkeley, die de witte vlag op den voorsteng voerde, en gaf de Liefde en de Hollandia de volle laag naar bakboord; de twee schepen konden, de een ter wille van den ander, het vuur niet beantwoorden. Mijn

Sluiten