Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den buit. De Engelschen hebben in het geheel verloren negen van hun beste schepen, met twee magazijnen en één kasteel.

Den 258**11 Juni is de Royal Charles bij onze vloot gekomen. Den 26sten Juni tegen den middag gaf mijn kapitein Hendrik Adriaensz. onzen eersten luitenant met 15 man verlof met onze scheepsboot dicht onder land te braveeren; 10 van ons hadden elk een piek en een pistool, en wij zes anderen hadden elk een snaphaan. Toen wij onder den wal laveerden zagen wij geen Engelschen; maar er waren vijf koeien met verscheiden kalveren. Toen wij die gewaar werden vroegen wij onzen luitenant of wij aan land mochten gaan, om te zien, of wij er een van vangen konden. De luitenant antwoordde: Ja, als ieder op de plaats blij ft die ik aanwijzen zal; dan zullen wij te zamen ons lest doen, en wij antwoordden allen ja, en daarop stuurde de luitenant de boot aan den wal; wij hadden twee kleine stukken,namelijk twee drieponders; die plaatsten wij vóór op de boot, en laadden ze met schroot. De luitenant zeide tot mij: Hans Svendsen! neem deze vijf musketiers met u en blijf achter de sloot liggen, zoodat u niemand zien kan, en ik nam de vijf musketiers mede en ging achter de sloot liggen, en zette een man op den uitkijk. De luitenant nam twee piekeniers met zich mede en marcheerde naar de koeien en kalveren, en hij had twee koeien met twee kalveren buitgemaakt en was al daarmede op den terugweg, toen er 36 ruiters in vollen galop achter hem aan kwamen, die echter den weg moesten passeeren over de sloot, waar ik lag met mijn musketiers. Toen zij voorbijkwamen gaven wij vuur, zoodat er drie van de Engelsche ruiters van het paard stortten. Toen de luitenant het schieten hoorde, werd hij op de ruiters opmerkzaam, liet de koeien los en zette het op een loopen; maar wij behielden de twee kalveren. Tot ons groot geluk moesten de Engelschen over een brug, anders hadden zij ons allen gevangen genomen. Terwijl de Engelsche ruiters daar in zoodanige sterkte kwamen aanzetten, moesten wij terug naar de boot, en die van ons welke niet zwemmen konden moesten tot de armen door het water gaan; wij kwamen aan boord en lieten de boot drijven; het ankertouw hadden wij gekapt. De ruiterij begaf zich te water om ons na te zetten; toen schoten wij op hen met schroot, en er sneuvelden twee Engelsche ruiters, en twee van ons volk in de boot werden geraakt: een kreeg een niet doodelijk schot in den buik, en de ander in zijn rechterarm. Des avonds kwamen wij weder aan boord.

Den 27»len Juni is de schout-bij-nacht Willem van der Zaan gecommandeerd om met ons zeven schepen te kruisen in het Koningsdiep.

Den 28»'en Jnni zijn wij met ons acht schepen van Queenborongh zeil gegaan en het Engelsche schip de Royal Charles was ook onder zeil, maar raakte vast, maar bij hoog water is het weer vlot gekomen. De overige dagen van Jnni is er niets van belang voorgevallen; wij hebben gekruist tot vier mijlen benoorden Harwich, en admiraal van Gent ging met 20 schepen naar het Noorden om op de Hollandsche Oostinjevaarders te kruisen.

Den 3den Juli is de Ruyter bij ons gekomen met de heele vloot.

Dell 4den Juli zijn wij weder naar de rivier van Londen geloopen, en wegens de ondiepte van het water is de Ruyter met de vloot voor Gravesend blijven liggen.

Den 10den Juli zijn wij met de gansche vloot van de rivier van Londen nitgeloopen.

Sluiten