Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ons 500 man aan land waren gevaren, lag er ook een galjoot onder den wal, die 200 gewonden opnam.

Den 13den Juli 's morgens zijn wij van Harwich verzeild, en is een lijst opgemaakt hoeveel volk wij aan land verloren hadden; over de gansche vloot hadden wij verloren 1200 dooden en 300 gewonden.

Den 14d* Juli is bevolen dat Aert van Nes en Schram met 24 schepen naar de rivier van Londen zouden gaan.

Den 17deD Juli kwam Sweerts bij ons.

Den 21sten Juli zagen wij uit de verte, dat er 6 oorlogschepen met 16 branders op de rivier lagen omtrent Gravesend.

Van 22 tot 26 Juli bleven wij voor de rivier van Londen liggen en verwachtten order.

Den 27»'en Juli zijn er 20 branders uit Holland bij ons gekomen.

Den 4d<m Aug. zijn er 8 branders naar de Euyter gestuurd.

Den 5den Aug. zijn wij met 24 schepen en 12 branders de rivier van Londen ingeloopen; Sweerts kwam op ons schip de Woerden en heesch er zijn vlag. Met ons 16 schepen en 12 branders zijn wij de rivier opgezeild zoo ver wij konden; er lag een Engelsche vice-admiraal x) met 4 schepen en 16 branders. De commandeur van onze branders bemerkte uit een sein van den admiraal dat hij voor onze schepen uit moest varen, en ieder zijn best moest doen. Toen wij met onze schepen en branders kwamen aanzetten, kapten de Engelschen hun ankers en lieten hun schepen en branders onder Gravesend drijven, opdat zij hulp konden krijgen. Toen onze commandeur dit bespeurde deed ieder zijn best. Terwijl de Engelsche schepen retireerden lag een Hollandsche brander een Engelschen brander aan boord, en een Engelsche brander een Hollandschen brander; wij verloren dien dag 11 branders en de Engelschen 7, en de Engelschen trokken zich dien avond terug onder het kasteel Gravesend. Onze schepen konden daar niet komen, omdat zij er niet wel bekend waren met het vaarwater, zoodat het eene schip niet om het andere heen durfde wenden; wij ankerden dien avond voor den hoek van Gravesend.

Den 6den Aug. 's morgens vóór ebbe werd raad gehouden, en besloten dat alle kapiteins hun booten en sloepen met volk klaar zouden houden, om vóór de schepen te gaan liggen, ten einde de Engelsche branders te kunnen afweren. Tegen den middag zijn wij zeil gegaan, het eene schip voor het andere, met het marszeil aan den mast, en zijn zoo met de eb afgedreven. Om 12 uur raakte onze brander aan den grond; er kwamen 13 Engelsche sloepen op af, waarmede onze booten en sloepen in een hevig gevecht raakten. Wij waren in dit gevecht de Engelschen de baas, maar de 5 Engelsche oorlogsschepen kwamen op onze booten en sloepen af, zoodat wij terug moesten. Onze commandeur stak zelf zijn brander in brand, opdat hij niet in handen van de Engelschen zon vallen. Terwijl hij in brand stond, kwamen de 5 Engelsche schepen aanzetten met 11 branders achter zich aan. Sommige van onze schepen wachtten ze op ; en toen men elkander onder schot had begon er een levendig gevecht; toen streek de Engelsche vice-admiraal zijn zeil en liet zich drijven evenals onze schepen; hij dacht dat onze schepen geen verderen weerstand zouden bieden. Toen Aert van Nes dit

1) Spragg.

Sluiten