Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer verrast was, en niet anders vreesde of er zou een landing geschieden, weshalve men alle troepen over het geheele rijk bevel zond zich gereed te houden de Hollanders naar mogelijkheid te weren. Naar menschelijke berekening zon dit ook wel gelukken, daar van alle kanten de Koning bericht ontving, dat men besloten was de Hollanders en ook de Franschen die landen mochten te weerstaan; elke provincie zond haar lijst over, waaruit bleek dat over geheel Engeland tusschen 50 en 60.000 man gereed stonden; genoeg om allen mogelijken weerstand te bieden. Voorleden Zondag vernam men dat een deel der Hollandsche vloot, 30 schepen sterk, voor Sheerness gekomen was, dat een kleine vesting is, onlangs gebouwd op een klein eiland aan den mond van de rivier die voorbij Rochester en Chatham loopt, waar Engeland's voornaamste reede en magazijn is voor de vloot, en de vesting hevig had beschoten, zoodat een deel van Mylord Douglas' Schotsche regiment, dat voor een jaar uit Frankrijk gekomen was, tot 300 man sterk, zich daaruit retireeren moest, en vesting en eiland aan de Hollanders overlaten; hetgeen tot niet geringe ontsteltenis hier aanleiding gaf, daar men oogenschijnlijk daaruit afleiden moest dat het hun voornemen was de groote schepen aan te vallen die op de rivier voor Chatham lagen en alleen door een boom en ketting waren afgesloten, om welken aanval te voorkomen, de hertog van Albemarle met een troep volks werd afgezonden, waartoe bij den Koning ook goede hoop gaf, en verzocht hem niet meer volk toe te zenden, daar hij meer had dan noodig zon zijn. Maar sedert ontving de Koning door Lord Cornbury, den oudsten zoon van den kanselier, dien de hertog van Albemarle "Woensdagmiddag had afgezonden, bericht dat de Hollanders bij goeden wind en springvloed den boom en ketting hadden geforceerd en 4.schepen verbrand, die zij eerst hadden weggehaald, en het schoone schip Royal Charles met zich hadden gevoerd, niettegenstaande de Engelschen op drie plaatsen van den oever af op hen gevuurd hadden. Men was hier zeer ontsteld, te meer daar Albemarle weinig hoop gaf dat de rest van de schepen zou kunnen worden behouden als de Hollanders ze aanvielen, zich hoogelijk beklagende dat hij geen ammunitie in voorraad vond waarvan hij zich bedienen kon om het hnn te verhinderen. Hetwelk ook zoo uitkwam, want de Hollanders kwamen des anderen daags (Donderdags) met hun branders opzetten, en men kon hen niet beletten drie andere zeer schoone nieuwe schepen, de Royal Katherine, Royal Oake, Loyal London, te verbranden, ondanks de haast ongelooflijke moeite door den hertog aangewend om het te verhinderen.

Dx laat aan U. M. over te oordeelen welke gevolgen Engeland hiervan nu heeft te duchten. De algemeene consternatie en ontevredenheid is ten top gestegen, en men ziet geen middel tot herstel, daar de Hollanders niet alleen de Engelsche eskaders die buiten zijn trachten te verhinderen zich te vereenigen, maar ook de Franschen kunnen uitnoodigen te zamen met hen eene landing te doen, hetgeen na hun succes wel beter zon kunnen gelukken, daar alle inwoners ontevreden zijn, en zich beklagen over hunne zware lasten, de schuld schuivende nu op dezen, dan op genen der ministers, die er wellicht onschuldig aan zijn. Albemarle is hier gekomen en heeft rapport gedaan van wat er gebeurd is; bij zijn terugkeer heeft hij een troep volks met zich mede genomen onder Mylords Middleton en Carlyle; hij heeft hoop gegeven dat de Hollanders buiten springtij niet veel zullen kunnen

Sluiten