Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschreven is, is het maar te wel bekend, hoe veeltijds, zoo niet meerendeels, de personen bij voorkeur door een titel of titelnaam worden aangeduid, en hoe bezwaarlijk het soms is om uit te maken den hoeveelste van een zekeren naam, van een bepaald punt beginnende te tellen, men op een gegeven oogenblik in een bericht aantreft. Dezè moeielijkheid drukt ook hier den onderzoeker, vooral in het laatste gedeelte van het boek. Op welke wijze het mogelijk zou, zijn er eenige orde in te brengen, leeren de aanteekingen bij Hoofdstuk VIII en volgg., waarbij reeds hier opgemerkt worden kan, dat te beginnen met Hoofdstuk XIII er verschillende nieuwe personen ten tooneele treden, van wie hoegenaamd niet blijkt noch in welke verhouding zij stonden tot de personen, die men in het voorafgaande genoemd vindt, noch zelfs wat hunne onderlinge verhouding was.

De vertaling zelf is slechts hier en daar met eene nadere toelichting opgehelderd. Dit in ruimere mate te doen was niet noodig, maar er is naar gestreefd om zooveel mogelijk geregeld rekenschap te geven van de vertolking dier woorden of uitdrukkingen, die twijfelachtig, hoewel mogelijk onzeker, of geheel op de gis zjjn. Het middel daartoe te baat genomen, is telkens het Javaansch te vermelden waaraan zulk eene vertaling beantwoorden moet, en hoe eenvoudig het ook zij, het laat zich veronderstellen, dat het aan de bedoeling voldoen zal.

Men verwond ere zich niet als men 'straks bij de toelichting zoo goed als geen gebruik ziet gemaakt van de Rangga lawe . Dit heeft een gezonde reden. Er behoeft slechts geconstateerd te worden, dat de Rangga lawe op de Pararaton "berust en het zat den lezer duidelijk zijn, dat die kidung voor hem, die de Pararaton kent, als van zelf op den achtergrond geraakt, waar het om geschiedenis en niet om literair genot te doen is. Af en toe heeft ook de dichter van die kidung, die niet het eenige geschrift is dat uit de Pararaton voortsproot, onze kroniek niet goed verstaan of verkeerd begrepen, wat zelfs zoo ver gaat, dat hij woordvormen afgeleid van plaatsnamen als de namen van personen bezigt, terwijl hij, met een te vergeven vrijmoedigheid, ook somwijlen aan zijne phantasie den vrijen loop schijnt te hebben gelaten i).

1) Dit voornamelijk met het oog op hetgeen men vindt in Not. B. G. XXIV (1886), 43 en volgg.; de Pararaton was mij toenmaals nog slechts gedeeltelijk bekend.

2) Op zijn beurt is lij zelf weer schromelijk misverstaan door den zegsman van Raffles, wiens verslag over het eerste gedeelte van de kidung, tenzij dat berust op een geheel andere redactie of een anderen tekst, wat niet wel aan te nemen is, de vreemdste fouten bevat. Zoo zijn bijv. Jayapurusa en Laksmikirana niet de voorouders van Qiwabuddha en Raden Wijaya; hunne namen worden er, heel in 't begin, slechts genoemd in eene vergelijking, die ontleend is aan een kakawin, Singhalanggalaparwa geheeten, waarvan zij de hoofdpersonen zijn, urinimba parwatatwa singhalanggala prabhu bhiseka ngüni gri jayapurusa (in de kakawin: cayapurusa) lan gri laksmikirana roro sapura, zooals geschilderd wordt in den inhoud van de Singhalanggala parwa enz. Van de kakawin bezit de Leidsche Rijksuniversiteitsbibliotheek een geschonden exemplaar, zie Vreede, Catalogus enz., (1892), blz. 399, no. CCCXCVI (Cod. 1913), dat aan het slot, bl. 65, den titel vermeldt. Ook zijn Ciwabuda (Kêrtanagara, °ri) en Wijaya geen broeders; hun grootvaders waren dat — [althans volgens de op haar beurt ook weer onjuiste Pararaton; zie Hoofdstuk V] — en daarom heeten zij sanak mmdon. Rangga lawe

Sluiten